Frans en Bena Donse:
"We voelen meer begrip voor allerlei zaken"

terug naar de pagina "Artikelen" We voelen meer begrip voor allerlei zaken

Frans en Bena Donse (beiden uit 1926) zijn verliefd en volgend jaar zijn ze bovendien zestig jaar getrouwd. Ze zijn geboren in het voormalige Batavia (Jakarta). Met de grote migratiestromen in de jaren '50 zijn ze naar Nederland gekomen. Weg uit het geboorteland. Nu wonen ze in een Haagse flat. Ze hebben zich aangepast, maar zijn nooit Hollands geworden. Het eigene behielden ze dankzij elkaar en de ROKI, de Indisch-Haagse vereniging waarvan Frans lang voorzitter was. Een tere balans.

"De regering laat meer mensen over de grens dan Nederland aan kan. Hebben we genoeg huisvesting, zijn er banen, cursussen voor de taal? Je moet niet willen dat er twaalf Polen op één kamer slapen. Zo leven ze in hun eigen land ook niet. Het moet menswaardig zijn". Frans Donse is stellig. Hij spreekt snel, ook met zijn handen. Bena luistert en vult aan. Ze weet haar momenten te kiezen. Als je zo lang getrouwd bent, is er een vanzelfsprekendheid in samen zwijgen en spreken gekomen. Frans praat door. Nieuwkomers in het land hebben zijn aandacht. Hij en Bena waren dat immers ook, indertijd. Bena: "Wij moesten weg uit Indië. Hier zijn we opgevangen, al hebben we elke cent moeten terugbetalen aan de regering".

Oosters

Discriminatie is een gevoelig woord. Nee, ze zijn nooit gediscrimineerd. Maar er zijn wel voorvallen geweest die, nou ja. Frans: "Als iemand uit Frankrijk of Duitsland hier komt en met een accent de taal spreekt, dan vinden ze dat al gauw mooi. Maar de Indische intonatie heeft voor de gemiddelde Nederlander een minnetjes effect. Zeggen wij daar iets van? Nee. Want wij zijn vaak omzichtig, om geen ruzie te maken. Je bent Oosters. Daardoor laat je je meer zeggen, laat je meer over je heen gaan. Dat zit in de Indische Nederlander. Oosters is meer glimlachen, altijd vriendelijk zijn en er is altijd nog wel wat te eten. Dat zal zo blijven. We praten er weinig over, maar we blijven Indische Nederlanders. Ook met de nadelen, zoals de bescheidenheid. Die heeft ons in Nederland vaak de das om gedaan".
"We zijn Nederlander èn Indisch. Dat betekent dat we meer begrip voelen voor allerlei zaken, voor... hoe moet ik dat zeggen? Voor andere manieren van leven, voor een bepaalde wijze van met elkaar omgaan. Als je daar bent opgegroeid, heb je als het goed is een ruimere kijk gekregen op alles. Hier is er veel te doen met de moslims. Ze schreeuwen door elkaar. Ik kan er slecht aan wennen. Er worden problemen gemaakt, denk ik soms, die er niet zijn. In Indië waren ook fanatieke moslims, maar we leefden wel naast elkaar".
Met de Japanse bezetting van Indië kwam er een abrupt einde aan hun jeugd. Na de bezetting volgde de Bersiap, de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. Eigenlijk een burgeroorlog. Bena kijkt weg als Frans kort zegt: "Dat was een moeilijke tijd".

Herinneren

Bena en Frans vertellen aan elkaar over vroeger, het zijn de rituelen van herinneren. Dat huis aan het Koningsplein waar ze elkaar hebben ontmoet. Hoe zij achterop zijn fiets zat. De huisfuifjes, het harde werken. Hoe hij zijn rivaal wegpestte uit de keuken. Dat je in die tijd een kind was op je zeventiende jaar. Het overlijden van zijn vader en dat zijn moeder nooit hertrouwd is, ze was toch nog jong. De bedienden, altijd Indonesiërs. Hoe anders het was in 1984, of was het 1985, bij de terugkeer naar het land. Dat juist Bena als eerste huilde, al op de vliegtrap. Frans later ziek van de emoties. Zo veel was er veranderd, en zo veel was hetzelfde gebleven. Als het water in de gang overliep, hoorde je iemand "bandjir!" roepen. Voorbij en toch niet voorbij en toch weer wel, dat valt niet goed te uit te leggen, overleggen ze. Dankzij elkaar houden ze het verleden levend.

Vereniging

Volgend jaar zijn ze zestig jaar getrouwd. In december. Bena weet wat dat doet met Frans. Hij piekert, ook al zegt ze nog zo streng dat het niet hoeft. Niet mág ook, want je bederft er je dag mee. Ze zijn toch gelukkig? Maar Frans heeft een hart van marsepein. Alle liefdesbriefjes van alle jaren heeft hij nog, maar zullen er nog veel bijkomen, denkt hij hardop. Bena luistert een beetje ongeduldig, ze weet wat Frans voelt. Wat kan ze eraan doen? Hij is gewoon zo en ze houdt van hem, al piekert hij over iets dat misschien nooit komt. Frans vertelt voor de honderdduizendste keer over zijn grote angst: "Soms word ik midden in de nacht wakker, om twee uur, om half drie, en dan ben ik bang voor de toekomst. Dat mag je gerust weten. Dan haal ik me iets voor de geest en dan denk ik: 'dat is 45 jaar geleden, wat is dat snel gegaan'. Daarna kijk ik vooruit, hoeveel tijd zou er nog voor ons liggen? Gaat dat ook zo snel voorbij? Bé en ik zijn altijd samen geweest. Een leven zonder haar kan ik me niet voorstellen. Als Bé eerder gaat, blijf ik alleen. Bé heeft vriendinnen, vooral weduwen, met wie ze gaat sjoelen bij de ROKI. Ik bewonder die vrouwen. Ze gaan uit. Daarna komen ze thuis en dan is het stil. Daar ben ik bang voor. Dan denk ik, wat zou ik met mezelf moeten?"
Bé kijkt streng en Frans begrijpt dat het genoeg is. Het gesprek gaat verder over de ROKI, de 'Reünistenvereniging van Oud-korfballers uit Indië''. Tegenwoordig is de ROKI in Den Haag gevestigd en gekorfbald wordt er niet meer. De vereniging is onderverdeeld in talloze clubs die allemaal eigen bijeenkomsten hebben. Wel bestaat de overgrote meerderheid nog steeds uit Indische mensen, net als vroeger. Frans en Bena komen er vaak en graag, hij als ex-voorzitter, zij als voormalige showgirl van de eigen ROKI dansgroep. Frans: "Het is de saamhorigheid van mensen uit Indië, daar gaat het ons om. Bij onze vereniging komen steeds meer Hollanders. Ze passen zich goed aan. We hebben alleen weinig jonge leden en hoe dat moet in de toekomst? Ik weet het niet".

Eigen

Frans: "Het is een eigen wereld, Indië in Den Haag. Wij zijn verplaatst vanuit Indië, Batavia, Soerabaja, Semarang, maar Den Haag is onderdeel van vroeger geworden, veel van toen is nu hier. Dat maakt de band met Den Haag onvoorstelbaar eigen." Bena vult aan: "We genieten samen zoveel mogelijk van het leven. We gaan overal naar toe, samen". En Frans weer: "We kijken naar wat de dag ons brengt en dat is altijd iets gezelligs. Overmorgen ook. Ik maak graag gekheid maar ik ben eigenlijk een zwartkijker. Bé is de flinke van ons". Hij kijkt naar haar, zij knikt. Zo is het.