“Dat is de genade waar ik in leef”

terug naar de pagina "Artikelen" Dat is de genade waarin ik leef

Dit jaar nam dominee Kleinrensink afscheid van zijn gemeente Den Ham. Hij is 95 jaar oud. Zijn haar is wit en hij loopt met een rollator. Elke dag volgt hij de actualiteiten op het journaal, want hij wil bijblijven. Hij is helder van geest en hij formuleert trefzeker in lange zinnen die ritmisch klinken. Daar hoor je de man van de preekstoel in. Toch hebben de jaren een invloed op hem. Veel generatiegenoten zijn er niet meer; weinig mensen nog die hem bij zijn voornaam Koos noemen. En er is dat andere: de dominee is ziek, hij heeft kanker. Daar praat hij vrijmoedig over. Niet veel, dat is ook niet nodig, vindt hij. Eigenlijk kan dominee Kleinrensink het in één enkele zin samenvatten: “Ik weet dat ik die ziekte heb en dat het naar 't einde gaat, gezien ook mijn leeftijd, maar ik weet, en dat durf ik niet altijd te zeggen, ik ben veilig in Jezus' armen.”

De dominee ontvangt me in zijn seniorenwoning te Den Ham. Het is er netjes en gezellig. Een volle boekenkast en een orgel vallen meteen op. Die middag vertelt hij over zijn leven. De eerste vraag: is hij echt met alles opgehouden? “Nu wel”, zegt hij. “Maar toen ik met emeritaat ging op mijn 65ste, ben ik alleen met het eigenlijke werk in de gemeente opgehouden. Wel preekte ik hier en ginds en overal, ik gaf catechisatie en daarnaast deed ik allerlei predikantwerk. Dat is voorbij. Je moet oppassen dat je je opvolger niet voor de voeten loopt. Ik heb er in het begin ernstig voor gewaarschuwd, toen ik met emeritaat ging en ik verzoeken kreeg van 'opa is overleden en u hebt destijds oma begraven, wilt u de begrafenis leiden'. Ja jongens, alléén op verzoek van je wijkpredikant. Daar heb ik me vrij streng aan gehouden en dat is me heel goed bevallen.” Hij glimlacht even bij de herinneringen.
Waar kerkt hij? Het is even stil voordat de dominee zegt: “Ik ga niet meer naar de kerk.” Dan weer een stilte. “Ik kan het niet verstaan. Dat moest wel kunnen, ik heb gehoorapparaten en in de kerk is ringleiding, maar ik kan het niet voor elkaar krijgen. Dus nou heb ik kerktelefoon. Thuis luister ik naar de diensten. Ik zou liever met de gemeente opgaan, maar ik versta het niet en dan neem ik er niks van mee.” We denken er alletwee over na. Hoe dat is, na langer dan een half leven als predikant voor de kerk gestaan te hebben. Wat lijkt me dat gek, zeg ik. Hij knikt: “Dat is het ook. Ja.”
Het is loslaten. Dat hoort bij het ouder worden. Dominee Kleinrensink vertelt over dat grote loslaten in zijn leven. Samen met zijn vrouw was hij in dit huis gaan wonen. Hij deed veel van zijn boeken weg, dat moest, er was immers minder ruimte. Het orgel ging mee, daar speelde zij graag op. Speelde. Tot hun beider verdriet werd ze ziek: “Alzheimer. Ik heb haar zo lang mogelijk hier thuis gehouden. Een paar keer ben ik gebeld door het tehuis: ''er is plaats voor uw vrouw', ik zeg: 'nee, je krijgt haar nog niet.' Dat heb ik gedaan tot ik moest zeggen: 'Het kan niet anders'. Maar het was héél erg moeilijk dat ze het huis uit ging. In het begin had ik nog contact met haar maar dat ging over. Ze kende me niet meer. Elke dag ben ik bij haar geweest. Ik heb geprobeerd, en dat is niet altijd gelukt maar toch meestal wel, om dankbaar te zijn voor de goede jaren die we samen gehad hebben. Dat ik mijn hart mag uitstorten bij God die er alles van weet, heeft mij getroost. Ik mis haar nog elke dag.”

Dagelijks leven

Het leven in Den Ham is rustig. Dominee Kleinrensink gaat af en toe het centrum in (“de dokter zegt dat ik moet bewegen”), maar veel verder dan de supermarkt en de bibliotheek gaat hij niet. Een enkele keer naar het kerkhof: “Ik heb een heel dorp begraven.” Dagelijks volgt hij de actualiteit op de televisie. En hij leest. Véél: “Trubantia, dat is hier de plaatselijke krant. Tijdschriften. Trouw, tot het me te werelds werd. En boeken. Soms stap ik naar de bibliotheek en dan haal ik wat. Soms lees ik over boeken een bespreking, dan denk ik, dat moet ik eens zien te pakken te krijgen. Moderne literatoren spreken me niet aan, ik denk dat het een kwestie van leeftijd is. Nu lees ik Christus, onze hoop, dat komt uit mijn eigen bibliotheek.”

Genade

De dominee was de middelste uit een gezin van vijf kinderen. Het trok hem niet om evenals zijn vader aannemer te worden. Na de Mulo kwam hij op kantoor terecht en daar werkte hij toen de oorlog uitbrak. Op een dag kwam er een nieuwe collega. “Dat meisje kwam naast mij zitten. We hebben plezierig en goed samengewerkt en langzamerhand werd het serieus, al duurde het nog een tijdje eer we konden trouwen.” Het was ook in de oorlog dat het predikantwerk begon te trekken. De leider van de knapenvereniging moest onderduiken. Ze vroegen aan Coos Kleinrensink om zijn hulp, ook omdat hij al op de zondagsschool als vrijwilliger werkte. Zo is zijn jongensdroom om dominee te zijn geleidelijk werkelijkheid geworden: via de praktijk en dat duurde even. Na de oorlog werkte hij in Den Ham als hulpprediker van de toenmalige dominee Labrie. “Als herdershond”, verklaart de dominee met humor. “Ik woonde bij hem in, want er was destijds woningnood. Een van de redenen dat ze me hadden aangenomen was dat ik ongetrouwd was, dan hoefden ze me geen huis aan te bieden. Toen er hier een huis vrijkwam, belde ik mijn meisje op en zei: “Meid, we motten trouwen”. Dat deden we.” In 1972 werd hij dankzij een bijzondere regeling van de landelijke kerk bevestigd als predikant.
In zijn predikantwerk heeft hij aan zoveel bedden gezeten, maar nu gaat het om hem, straks nadert zijn uur. “Weet u,” zegt dominee Kleinrensink, “daar ben ik niet zo veel mee bezig. Ik weet dat ik die ziekte heb en dat het naar 't einde gaat, gezien ook mijn leeftijd, maar ik weet, en dat durf ik niet altijd te zeggen, ik ben veilig in Jezus' armen, ik ben veilig bij de Hemelse Vader.” Is dat genade? “Ja. Die komt als je het contact met God intensief houdt. Je hebt een bijbel vol met beloften en die mag je je toeëigenen. Wanneer je dat doet, dan weet je wat er ook gebeurt, maar ik ben veilig in Zijn hand. Dat is het echte geloof: geloven in de beloften van God.”
Hier praten we lang over door. Over de genade van mogen vertrouwen. Over twijfel die door de achterdeur van het dagelijks leven naar binnen kan sluipen. Dan leest hij psalm 73 voor uit zijn bijbel: “Dit spreekt mij bijzonder aan: 'die mijn twijfel stilt', en dan even verder 'de rots waarop ik bouw'. Doordat ik veel lees kom ik met zoveel andere gedachten en geloven in aanraking. Dan twijfel ik weleens: is dat Christendom nou het enige echte? En.... is het wel voor mij? Ik geloof zéker. Maar een andere keer voel ik: jahaaa, ik geloof het wel maar... en dan komt de twijfel. De vastigheid ligt niet bij mij maar die ligt bij de andere kant. Hij is een rots. Dat is de zekerheid. De vastheid. Dat is de genade waar ik in leef.”
En dan glimlacht de dominee. Zo is het, en niet anders.