Yvonne Keuls tekent levensvragen in een lijstje:
"Of ik plannen maak voor de toekomst? Hoe kan een mens plannen maken?"

terug naar de pagina "Artikelen" Yvonne Keuls tekent levensvragen in een lijstje

In Den Haag staat een prachtig huis, waarin het verleden waait. Gedachten en herinneringen ruisen langs oude foto's aan de muur, strijken langs twee ranke poezen en komen tot rust aan de grote tafel die achterin de woonkamer. Daar vertelt Yvonne Keuls verhalen. Over Indië, het land waar zij geboren is, en over mensen die haar inspireren. Paul Citroen, Albert Vogel, Georgette Hagedoorn, Frans Halsema en de Franse schrijfster Marguerite Yourcenar. Ach, zo veel. In Yvonne schuilen talloze verhalen. De tafel hoort het geduldig aan. Hoe lang al? Ze schreef tientallen romans, hoorspelen, gaf uitverkochte voorstellen in de grote theaters van het land. Van haar boek Mevrouw mijn moeder ging meer dan 300.000 keer over de toonbank. Haar autobiografische Madame K. Van Indisch kind tot Haagse dame was ook een beststeller. Zo gaat het eigenlijk met al haar boeken, al veertig jaar lang. Dit najaar is er eindelijk een nieuwe roman: Benjamins bruid. Begin 2009 volgt een verhalenbundel ter ere van de boekenweek die in het teken van dieren staat. Allemaal beestjes, met een prachtige foto van de poes Odilia op de voorkant. Miauw, zegt Odilia trots, en Yvonne aait haar teder. Er is altijd tijd genoeg, vindt Yvonne. Djam karet, zeiden ze in Indië, de tijd is van elastiek. Dat bijzondere verleden leeft volop in dit huis, alsof de klok hier tikt in een ander ritme.

Hoe ontstaat een roman? Vraag dat nooit aan een schrijver. Een roman zweeft in de lucht, in de tijd, soms werkt het toeval en een andere keer is er een idee dat beslist niet weg wil. Yvonne: "Iedere morgen als ik de trap oploop naar mijn werkkamer, dan ben ik tintelend benieuwd naar de pagina die onherroeplijk uit mijn pen zal vloeien." In Benjamins bruid staat een relatie tussen een moeder en haar zoon centraal. Een liefdevolle relatie en tegelijkertijd een moeizame relatie, zoals dat vaak tussen moeder en zoon bestaat. Tussen deze verhaallijn door weeft Yvonne andere lijnen, veelal Haags of Indisch. Zo vertelt ze over de twee Indische tantes die in Den Haag Toko Soef beginnen. Een Vietnam-veteraan doet zijn relaas, de tijdgeest van de jaren '70 en '80 trekt voorbij en dan zijn er ook enkele fascinerende jonge homoseksuele mannen. Zij figureren in passages over de homoscene in Den Haag die opmerkelijk levendig wordt beschreven. Onwillekeurig komt de vraag op hoe de schrijfster aan deze kennis is gekomen? Door een wonderlijk toeval, dat eigenlijk geen toeval was, vertelt Yvonne.

"Een aantal jaren geleden kwamen er mensen op mijn pad, in mijn huis en bij mij aan tafel eten die in de Haagse homowereld zaten. Eenzame mensen, ook. De een na de ander kwam hier en stortte zijn hart bij me uit. Ik heb geleerd dat ik me open moet stellen voor wat het leven me aabiedt. Wie eenzaam is, zoekt iemand om tegen te praten en bij te eten, en die iemand was ik. Die mannen kwamen dus hier en vertelden me hun avonturen. Daar moest ik altijd om lachen. Let wel, ik lachte niet om hen, maar om de avonturen en zij lachten met me mee. En je weet hoe het gaat, als je iemand leert kennen, komt een ander vaak vanzelf mee. Het was dus niet zo dat ik bewust op onderzoek ging om iets te ontdekken. Het ging van de ene man naar de andere, ik werd door iemand meegevraagd naar een homobar en zo ging er een nieuwe wereld voor me open. Die is in Benjamins bruid terug te vinden, voor een deel althans. Voor een ander deel is het mijn verbeeldingskracht waarmee ik werk. Daar ben je schrijver voor."
Het is een mooi antwoord. Het toeval bood Yvonne Keuls een opening en zij stapte daar in, niet wetend wat de gevolgen zouden zijn. Zo kan een roman dus ontstaan, meestromend met het leven. Andere auteurs prikken strenge schema's aan de muur van hun werkkamer, maar Yvonne observeert liever wat er zich aandient, bereid zich te laten verrassen. Zo kwam Benjamin in het boek, op dezelfde wonderlijke manier. "Aanvankelijk was hij vaag voor me. Ik had enkele ideeën, niet meer. Toen greep het leven in. Ik was op bezoek bij een vriendin die een oude videoband bezat. Daar stond een opname op die gemaakt was tijdens een avond in Goldmund, destijds een theater naast het kleine Pepijn. Ze zette de band op en wat er toen gebeurde... Alle herinneringen aan die avond golfden over me heen. Ik was zo ontroerd dat ik vroeg of ik mocht huilen. Die avond met die beelden, betekende een keerpunt in mijn leven. Op de band zag ik een haarscherpe weergave van een liedjesprogramma ter ere van Wim Sonneveld. Hij was toen pas gestorven. Een zanger uit de homowereld had een liedjesprogramma in elkaar gezet. Die zanger had zo'n talent en zag er tegelijkertijd verloren uit. Toen wist ik: dit is Benjamin. Deze jongen kan ik verbinden met de vage figuur die ik al had."

Levensvragen

Eigenlijk is Benjamins bruid een lofzang op de liefde, op het eeuwig voortdurende verlangen te vertrouwen en ononvoorwaardelijk lief te hebben. Dat is wat vooral Dolores in de roman bezielt, ondanks haar mislukte huwelijken en relaties en liefdes. Het verlangen en de hoop. In de roman betekent dat tegelijkertijd een wrede confrontatie met alles wat de liefde kan bedreigen. Dat is vooral verlies, door ziekte, dood of verraad. Dit veld van krachten zit in meer romans van Yvonne Keuls, in Het verrotte leven van Floortje Bloem, in De Moeder van David S. en ook in Mevrouw mijn moeder. "Misschien is het verlies in Benjamins bruid schrijnender dan in mijn vorige boeken," denkt de schrijfster hardop. "Maar ik laat ook zien dat de kracht van het leven je boven alles kan uittillen. Voor mij betekent dat het gebruik van humor. Daarmee probeer ik in de roman het verlies aanvaardbaar te maken voor mijn personages. In het begin van de roman is de clown nog echt aanwezeig, mnaar naarmate de roman vordert, zit de clown in trekken van Benjamin. De techniek van de clown is de techniek van de overdrijving. Benjamin, die zo veel heeft verloren, laat ik een karikatuur van zichzelf maken. Hij wordt zelfs een theatrale figuur. Eén stap verder zou hij een clown worden. Voor hem is dat een manier van overleven." Leven en overleven, het zijn grote onderwerpen die in de roman merkwaardig genoeg bijna speels voorbij komen. Situaties zijn geestig, dialogen zetten aan tot lachen. De lichtvoetigheid van stijl is het lijstje. Daarbinnen tekent Yvonne grote levensvragen uit, met soms de antwoorden erbij. Ze knikt en zegt: "Het leven of je opvoeding traint je om tegenslag te ondergaan. Ik ben een oorlogskind, die oorlog heeft mij getraind, dus ik kan wel een paar dingen hebben, dat begrijp je. Die humor redt me. Altijd. Ieder mens bezit een werktuig dat je door je leven helpt. Humor. Fantasie. Hoop. Vertrouwen."

Herinneringen

Wie het oeuvre van Yvonne Keuls kent, ziet veel stukjes en lijnen uit vorige romans samenkomen in Benjamins bruid. Het is toch niet de laatste roman? Yvonne: "Ik heb alles gegeven in dit boek, anders was ik niet gestopt met schrijven. Maar in elk boek zit het zaadje voor het volgende boek, dat zie je nog niet omdat er aarde omheen zit. Dat betekent dat ik moet afwachten wat er gaat komen."
"Wat dat is, weet ik niet. Ik kijk nooit vooruit, maar ik kijk evenmin achterom. Wel weet ik dat het verleden altijd weer bij me binnenvalt. Alles wat ik heb gezien in mijn leven, komt bij me terug. De herinneringen zijn oproepbaar. De vorm die ik eraan ga geven, in personages, in romans of verhalen, dat is kneedbaar. Het wat en hoe daarvan hangt van het moment af. Daar vertrouw ik op. Net zoals ik erop vertrouw dat alles wat ik meegemaakt heb, ergens goed voor is geweest. Niets is tevergeefs. Of ik plannen maak voor de toekomst? Hoe kan een mens plannen maken?"
Als de echo van deze levensvraag nog in de kamer hangt, vinden Odilia en Pom het genoeg geweest met de ernstige gesprekken. Ze lopen over de tafel en miauwen om iets te eten, een luxehapje graag, als compensatie, omdat ze zo lang de aandacht moesten missen. Dat krijgen ze en het onderwerp van gesprek verschuift naar poezen, katers en andere huisdieren. In de tuin achter het grote huis komt misschien een klein kacheltje, dat in de koude maanden warmtestralen zal richten op de twee. "Ach ja," zegt Yvonne bijna verontschuldigend, "ze houden niet van de winter." Odilia spint, Pom kijkt tevreden. Djam karet, de tijd is van elastiek, hier is het altijd zomer.