witte linten in de lentelucht

terug naar de pagina "Artikelen" louise stratenus

Louise Stratenus (1852-1908): witte linten in de lentelucht

Ooit kende geheel Nederland de naam van jonkvrouwe Louise Antoinette Stratenus. Dankzij een omvangrijk oeuvre van zeker driehonderdvijftig romans en meisjesboeken was zij een geliefde schrijfster. Wie haar romans las, hoorde een stem die precies wist hoe een vrouw diende te leven. De schrijfster zelf leek voortdurend op zoek naar steun, naar houvast.

Eind negentiende eeuw, begin twintigste eeuw moet het gebruisd hebben van de vernieuwingen in het voorheen bedaagde Nederland. Alles leek te veranderen. De moderne techniek bracht noviteiten als de telefoon en de elektrische trams, vrouwen eisden stemrecht en katholieken begonnen zich te emanciperen, wat in dit protestantse land niet gemakkelijk was. In de tijdgeest was voelbaar dat hetgeen men vandaag nog gewoon vond, morgen weleens ouderwets zou kunnen zijn. Voor een schrijfster als Louise Stratenus bleek het een gouden tijd te zijn, maar voor haar persoonlijk was het waarschijnlijk erg moeilijk. Zij zou een leven vol tegenstrijdigheden leiden, waarbij ze anderen advies verschafte over het enige rechte pad. Zo schreef ze in De opvoeding der vrouw (1891): "Achteruitgang heet, wanneer daardoor wordt gebroken met het geluk der stervelingen; en men moge zeggen wat men wil, de vrouw, die hare roeping als ‘vrouw’ miskent, om den man na of voorbij te streven, kan niet gelukkig wezen."
Louise zelf zou ongetrouwd blijven, meer publiceren dan menige mannelijke auteur en nooit een huisvrouw worden. Het hield haar niet tegen om adviezen erover te geven. Over de huishoudelijke taak van vrouwen schreef ze: "Zij is zóó moeielijk te vervullen, dat daarnaast de zwaarste taak van den man als niets mag worden beschouwd." Dat konden de heren-kostwinners in hun zak steken. Vrouwen en meisjes schreven de populaire schrijfster honderden brieven en Louise antwoordde altijd. Vaak raadde ze tact aan, want: "Somtijds ook is het de vrouw die verreweg de meerdere van beiden is."

Eigen keuze
Over haar vroege jeugdjaren zijn slechts sporen informatie overgeleverd. We weten dat ze in Zeist geboren werd, dat er vier half-zusjes zouden volgen en ook, dat ze nauwelijks herinneringen aan haar vader kan hebben gehad. Hij stierf in 1853, het jaar na haar geboorte. Haar moeder hertrouwde met een militair, die regelmatig overgeplaatst werd naar verschillende steden in Nederland. Via hem moet meer van de grote wereld het huishouden zijn ingekomen. Uiteindelijk kwamen tegen 1870 ze te wonen in Breda, een stad vol militairen en vol verhalen en anekdotes over Indië, waar te Atjeh de Willems-Ordes te verdienen waren.
In Breda vond de grote omslag in haar leven plaats. Tot dan was Louise gewoon een meisje geweest met een letterkundige belangstelling. Zij verloofde zich met een goede partij: Charles Baron Van der Borch van Verwolde. Met het naderen van de huwelijksdag, ontstond er een conflict tussen de families; het huwelijk kon uiteindelijk geen doorgang vinden. Wat dit voor Louise betekende, kan men zich gemakkelijk indenken. Vol verdriet en desillusie koos ze voor een andere weg. Ze wilde broodschrijfster worden, een uiterst onzeker bestaan, en bijna ongepast voor een meisje van goede komaf. Ondanks de tegenstand van haar familie, zette Louise door. Ze vertaalde en publiceerde in het Nederlands, Engels en in het Frans onder haar eigen naam en onder pseudoniemen als Claudius en Prinses Elsa. Zo bleef ten dele verborgen wie zij was, al groeide haar bekendheid naarmate e met bekroningen en prijzen voor haar werk ontving. Voor haar gedichtenbundel Noordsche bloemen (1876) werd ze door de Rederijkerskamer Vreugdendael tot erelid benoemd.

Vrijheid
Schrijven en vertalen lag Louise Stratenus goed. In deze sfeer waren ook andere vrouwen werkzaam, zij het een kleine minderheid. Men leerde elkaar snel kennen, en Louise kwam in 1881 aanraking met Catharine Alberdingk Thijm, dochter van de dan in Nederland beroemde letterkundige J.A. Alberdingk Thijm. Ze moeten een diepgaande band hebben gevoeld, want onder Catharina's invloed bekeerde Louise zich tot het katholicisme. De oude Thijm toonde zich zeer verheugd en schreef ter ere hiervan een gedicht met regels als "Gij, vriendin, moogt juichen in een schat U in 't gemoed gestort" en waarin hij jubelde dat de "hoogste adel" haar ten deel was gevallen. Dat de protestantse familie Stratenus een tweede schok kreeg, laat zich indenken.
De twee dames vertrokken naar Londen, waar ze samen in een soort klooster woonden om zich daar aan hun letterkundige arbeid te wijden. Later woonden ze samen in Brussel en bezochten ze veelvuldig Parijs. Misschien was dit wel de gelukkigste tijd uit het leven van Louise Stratenus: een zielsverwante die haar de weg had gewezen naar de waarheid, persoonlijke vrijheid, en daarbij de groeiende waardering van het publiek. Maar het mocht niet lang duren. De band met Catharina liep op de klippen. Louise besloot na een verblijf in Zweden terug te gaan naar Breda, terug in de veilige schoot van de familie. Hier begon voor haar de nieuwe eeuw. Ze bleef katholiek en ze bleef publiceren. In haar romans is het verdriet van de schrijfster voelbaar: plicht en liefde strijden met elkaar strijden en de plicht wint altijd. Zo trouwt in Begoocheling (1905) de artistieke en naïeve Annie Meerbloem met een man wiens ware aard ze te laat ontdekt. In drie lange hoofdstukken maakt de schrijfster korte metten met verliefdheid, maatschappelijk prestige en uiterlijk vertoon. Annie Meerbloem ontdekt uiteindelijk wat het ware geluk betekent, al komt dat voor haar te laat. Het is een deprimerend boek, wat veel zegt over de positie van de schrijfster.

Witte linten
Misschien wist Louise Stratenus in Breda al dat ze ernstig ziek was. Ze overleed in maart 1908, op de leeftijd van 55 jaar. De familie nam het laatste besluit. Louise werd begraven op het protestantse deel van het kerkhof.
Veel kranten maakten melding van het droevige feit dat de schrijfster niet meer onder de levenden was. Haar romans werden genoemd, en haar overgang tot het katholicisme. Het Nieuwsblad van het Noorden schreef weemoedig: "De kist was overdekt met bloemen, uit alle oorden van 't land gezonden" en: "De laatste groet van Louise Stratenus was: Zalig de dooden, die in den Heer sterven"- Wat als afscheid op witte linten in de lentelucht wapperde."