Het leven is oneerlijk

terug naar de pagina "Artikelen" Het leven is oneerlijk

Mister ADO noemen ze hem. De man die de geschiedenis van ADO Den Haag in zijn botten heeft zitten. Lex Schoenmaker is met lichaam en ziel verbonden aan zijn club. Hij speelde in Amerika, Canada en Al Jazira (Verenigde Arabische Emiraten maar kwam altijd terug waar hij eigenlijk hoort. In Den Haag. Bij ADO. Een gesprek met een bijzondere speler, trainer en adviseur op een bijzonder moment. Na de degradatie uit de Eredivisie naar de Eerste Divisie, kort voor de opening van het nieuwe stadion op 28 juli 2007.

"Het leven is oneerlijk"

Straks speelt ADO Den Haag in een nieuw stadion.
Ik kijk ernaar uit. Ook om de oud-spelers van ADO weer te zien. Je houdt wel contact met sommigen, maar niet met iedereen. Bij Sparta hebben ze de traditie van het Rood Wit Mannen diner voor oud-spelers. ADO heeft zoiets niet. Dus ik ben benieuwd. Het is ook mooi dat we na de degradatie op deze manier verder kunnen. Een nieuw stadion, een nieuwe toekomst. Zo zie ik dat.

U bent 25 jaar trainer geweest en daarvoor voetballer. Hoe is het om te stoppen?
Niet eenvoudig natuurlijk. Je bent toch 32 jaar aanwezig geweest. Dat ik stop heeft te maken met lijfelijk ongemak. Trainers kunnen hartkwalen krijgen. Cruijff en Israël hadden dat. Michiels later. Ik gelukkig niet. Wel die versleten heup. Dat krijgen wel meer voetballers. Bij de Erasmus Universiteit in Rotterdam loopt een project waarin ze onderzoeken waarom spelers na jaren last krijgen van hun heup. Daar zit ik ook in.

Jawel, maar u hebt geen hartkwaal. En die heup geneest goed na de operatie.
Het is niet alleen lijfelijk ongemak. Vorig jaar hebben we de degradatie meegemaakt. Dan komt de dag dat de club vindt dat ze een andere kant uit moeten gaan en andere trainers in huis willen. Normaal heb je een contract voor een bepaalde tijd en dat wordt dan opgezegd. Eerst mondeling. Dan komt de brief.

Dus toen werd u technisch adviseur.
Dat is op dit moment een nieuwe functie. Ik moet me er nog in weten te vinden. Als dat niet lukt, houdt het op. Dan zoek ik iets anders waarmee ik me nuttig kan maken voor de club. De mensen hebben ervoor gepleit dat ik bij de club bleef en dat heb ik gedaan. Tot vorig jaar is dat goed gegaan. Maar met al die commotie van de degradatie had ik het misschien niet moeten doen. Nou ja, het is gebeurd. Ik kan het niet terugdraaien. Ik krijg ermee te maken tijdens mijn verdere loopbaan. Ze kijken toch naar je laatste kunstje. Daar word je als trainer op beoordeeld.

Of er daarvoor niks is gebeurd. Dat is toch hard.
Voetbal is bikkelhard. Vroeger was dat anders. Gezelliger, zeker tot de jaren '70 met de grote successen en de enorme begrotingen die toen kwamen. Daarna ging het voetbal meer over geld dan over mensen. Voor trainers is het ook anders geworden. De cursussen zijn sneller en voor grote spelers is het gemakkelijker. Als je veel interlands hebt gespeeld dan krijg je vrijstelling voor sommige vakken. Dat is wel een vooruitgang. Vroeger had je eens in de drie jaar een cursus en dan kwamen er achttien mensen vandaan, die een baan zochten, nu komen er om het jaar achttien van de cursus. Die moeten allemaal het geluk hebben dat een club ze wil hebben.

Nou, als je voetballer bent geweest, weet een club wat je kan.
Niet als trainer. Dat is een ander beroep. Elke voetballer kan een enkele training geven, daar gaat het alleen niet om. Je moet tien maanden kunnen trainen, iets opbouwen. Kunnen lesgeven.
Ik ben drie keer noodzakelijk eindverantwoordelijke geworden. Alleen in het seizoen '94/'95 ben ik contractueel zo aangesteld. In 2001 ben ik tegelijkertijd met Rinus Israël hier gekomen maar hij kreeg het jaar daarop hartklachten en toen was ik eindverantwoordelijk. In 2003 zijn we gepromoveerd en de trainer die toen kwam, heeft het de volgende jaren gedaan. Ik vond het wel mooi geweest. Eigenlijk werk ik liever op de achtergrond.

Wat gebeurt daar?
Wedstrijdspelers bekijken, trainingen voorbereiden. Onderschat niet wat een trainer doet. Het begint met papieren halen. Je moet een HBO-opleiding volgen en als oud-voetballer begin je dan bij nul. Hoe je tegen een bal trapt weet je, maar leiding geven kun je niet. Je moet alles leren. Hoe je methodisch en didactisch te werk gaat. Wat leiding geven is. Dat is zwaar. Aad Mansveld wilde ook trainer worden, maar deed het niet omdat hij tegen het leren op zag. Ik snap dat wel.
Pas als je voor de groep staat, blijkt of je er kijk op hebt of niet. Daarbij komt dat iedere club bepaalde doelen heeft die je als trainer moet halen. De ene club wil niet degraderen, de andere club wil bij de bovenste drie van de competitie eindigen en het uiteindelijke doel is te promoveren naar de eredivisie, dat wil iedere club.

Een trainer moet werken met materiaal dat hij heeft. Dat zijn vooral de spelers.
Die kunnen zich ontwikkelen. Dat is met mij ook gebeurd. Ik heb in Transvaal op straat leren voetballen en daar speel je aanvallend. Later bij Feyenoord ben ik uitgegroeid tot spits doordat ik steeds vaker zo opgesteld werd, maar van nature ben ik een aanvallend ingestelde middenvelder. Ruud Krol is begonnen als links buiten en die is groot geworden als centrumverdediger.

Een talent is dus niet dwingend?
Dat hoeft niet. Wat talent voor een voetballer is, daar zijn boeken vol over geschreven. Ik vind dat je goed moet kunnen voetballen, de hersens en de voeten moeten samenwerken. Je moet de wil hebben om te slagen, om net dat ene stapje verder gaan ook al weet je niet wat het je brengen zal. Van alle jongens die voetballer willen worden, zijn er een maar paar die topvoetballer zullen zijn. Daarvan stromen er nog minder door naar de top. Er komt zoveel bij kijken: je karakter, je mentaliteit, hoe je moreel bent.

En of je genoeg traint.
Ik beoordeel een speler op de zondag en niet hoe hij het doordeweeks doet. Een speler moet werken op de training, al begrijp ik heus dat hij niet op elke training honderd procent kan geven. Iedereen is weleens moe.
Het doel dat de club heeft, moet voor de trainer met zijn spelers haalbaar zijn. Voor 2002 was het doel om bij de bovenste tien te komen. Met een paar nieuwe spelers erbij werden we toen vierde en het jaar daarop kampioen. Het doel van de club was toen om binnen vijf jaar te promoveren en dat gebeurde opeens in twee jaar. Toen hadden we het nieuwe stadion nog niet eens. Daarna was de algemene doelstelling in de eredivisie te blijven. Als trainer kijk je wat je kunt doen. Als je eenmaal ziet hoe het werkt, hoe het eraan toe gaat, dan is voetbal een leuk bedrijf. Vaak heb je te maken met stemmingen in de club. Gaat het goed dan is het erg leuk werken. Gaat het slecht dan is het minder leuk.

Als het slecht gaat met de club, komt het aan op de clubgeest.
Die heb je. Mensen met een ADO-hart. Ik ben een hele tijd bij ADO geweest maar ook ben ik vaak uitgevlogen naar het buitenland. En dan kwam ik toch weer hier terug. Met het nieuwe seizoen zijn er andere mensen in huis en die gaan een andere koers varen.
De pech is die degradatie natuurlijk. Trainer zijn is toch wat anders dan technische adviezen geven. Dan zit je in een kantoor met een computer te stoeien, je gaat wedstrijden bekijken van de jeugd, spelers beoordelen of ze voor ADO geschikt zijn. Op zich is het een goede manier om met het voetbal bezig te zijn. Dat wel. Maar toch. Als er nu een aanbod komt van iets dat ik leuker vind...

Dan bent u weg!
Nou, dan ga ik nadenken. Want daarvoor heb ik al die jaren gewerkt. Ik ga nooit bij de pakken neerzitten. Heb wel vaker gedacht dat ik dacht.... dan zat ik vast en dat is er altijd iets dat opeens op me af komt. Op een dag kwam er telefoon uit Saoedi-Arabië. Of ik wilde komen praten. Als dat was doorgegaan, had ik daar binnen een termijn twee weken gezeten. Zo snel kan het gaan. Typisch de voetballerij.
Maar ja, dat buitenland. Als je dan in Nederland terugkomt, denk dan maar niet dat ze je een baan aanbieden omdat je toevallig of niet zo toevallig wat meer ervaring hebt. Dat is niet zo.

Ervaring telt toch ook mee.
Nee, was het maar zo gemakkelijk. Ze willen het liefste jonge trainers hebben. ADO ook. De degradatie heeft er bij de club flink ingehakt. Bij veel mensen. Als dat niet gebeurd was, had het er dit jaar anders uitgezien.

Daarvoor waren er veel successen: als speler, als trainer. Heeft u de indruk dat ADO ziet wat u gepresteerd heeft?
Nee, helemaal niet.

Oneerlijk.
Het leven is oneerlijk.

Wat heeft ADO voor Aad Mansveld gedaan toen hij zo ziek werd?
Niks.

Niks? Ook geen fruitmand?
Nee, helemaal niks. Toen wij in 1981 afscheid namen, hadden we twaalf wedstrijden eerder te horen gekregen dat we niet meer mochten voetballen. Ons seizoen was afgelopen en daar is niks meer aangedaan. Wij hebben nog een pennenset gehad. Een mooie. Die heb ik nog. Toen Aad ziek werd, was hij al weg bij ADO. Wij waren vrienden en tot zijn dood ben ik toen veel bij hem geweest. Zijn gezin was al uit elkaar gevallen maar dat kwam gelukkig weer een beetje samen op het laatst. ADO doet nu wel veel voor hem, alleen hij heeft er niets meer aan. Er is een tribune naar hem vernoemd. Hij krijgt een standbeeld.
Er zijn veel grote spelers waar ze niks voor gedaan hebben. Het zou eigenlijk zo moeten zijn als in Engeland. Daar speel je tien jaar voor een club en dan krijg je een testemonial. Dan heb je een wedstrijd waarvoor je zelf de tegenstander mag uitkiezen en dan krijg je na aftrek van de kosten het geld dat overblijft. Nu krijgen we eeuwige roem en een tegel in het nieuwe stadion, en Aad krijgt een standbeeld.
Maar er zijn genoeg voetballer die een trainerscursus volgen en nooit meer aan de bak komen. Dan zit je in de uitkering en dan heb je je hele hebben en houden voor het voetbal opzij gezet. Dan kijk ik liever naar de toekomst.

Doe eens een voorspelling. Waar staat ADO over vijf jaar?
Hopelijk weer in de eredivisie. Daar kan ik straks ook aan meewerken. Dat zou mooi zijn. Ook voor jonge spelers want die kunnen we dan meer bieden, of ze nu in of buiten de stad komen. We hebben een Haagse geest en die gaat nooit weg wat voor mensen er ook komen. Ik zeg altijd: ADO is voor en van Den Haag.