|
Moesson
Vilan in Koempoeland
Bangkong-jongens
"Dag mevrouw," groet de ene Bangkong-jongen na
de andere mij. Elke jongen geeft mij een hand en een vriendelijk
knikje. Goede manieren, maar ik voel de afstand. De Bangkong-jongens
zijn inmiddels zeventig, tachtig jaar oud en ze kennen elkaar
uit het oorlogskamp.Voor deze ene keer mag ik erbij zijn.
Daar zitten we dan, de zes mannen die jongens zijn en ik,
allemaal rond hetzelfde tafeltje waarop de koffie staat. In
de oeroude Bodega de Posthoorn aan het Haagse Voorhout, is
het elke donderdagochtend koempoelan voor de jongens uit de
regio. Soms komen er vijftien, soms twee. "Maar 't gaat
altijd door," zegt Bob de la Rambelje, "dat staat
vast." Bob heeft me van te voren het een en ander uitgelegd.
Allemaal in dat ene jongenskamp gezeten. Geen droevige sfeer,
"we hebben een eigen soort humor", en ja, daar kunnen
zijn Hollandse vrienden dan van schrikken. Maar die horen
hier toch niet? Nee, maar als hij jarig is, "dan komen
alle Bangkong-jongens ook bij mij thuis." Over het kamp
zelf durf ik niks te vragen, dus luister ik naar het gesprek
van de jongens in de Posthoorn. Over voetbal ("Van Gaal
wordt arrogant" ), over politiek ("Hij lijkt al
minder op Harry Potter"), over de komende Pasar Malam
Besar ("Dan moet je gaan eten bij Warung Ventje")
en over de reünie die op 5 mei gepland is ("Zal
ik gaan lopen met een vlaggetje aan een bamboestokje?")
en waar het ongetwijfeld weer druk zal zijn.
Opsporing
Eigenlijk is het koempoelannen begonnen in 1983. In dat jaar
riep Harry Spier in het radioprogramma Opsporing verzocht
ex-Bangkongers op contact met hem op te nemen. Dat deden ze,
meer dan hij dacht. Het jaar daarop was de eerste reünie
een feit. Het succes daarvan leidde tot meer bijeenkomsten,
met als drijvende kracht Anneke van Koetsveld. Zij kende sommigen
nog uit de oorlog. Het Bangkong-kamp, gevestigd in een klooster
te Semarang, was zwaar voor de jongens die vaak nauwelijks
ouder waren dan tien jaar, en op die leeftijd werden weggehaald
bij hun moeder. Bob: "We moesten hard werken, kregen
slaag en te weinig eten. Maar we bleven samen grapjes maken."
Op Bronbeek staat een monument voor deze en de andere kampjongens:
een mager kind met een patjol over zijn schouders. Ingegraveerd
de tekst 'Zij waren nog zo jong'. Het beeld is een verkleinde
weergave van het echte monument, dat in september 1988 werd
geplaatst op de Erebegraafplaats te Semarang. Nu zijn de jongens
ouder, tenminste, degenen die het kamp overleefd hebben. Inmiddels
verschenen er boeken, is er een Stichting opgericht en heeft
Anneke van Koetsveld een koninklijke onderscheiding ontvangen.
De Bangkong-jongens blijven bij elkaar komen, want, zegt Bob:
"Want je kunt je onder elkaar gemakkelijker uiten."
Kameraadjes
Het gesprek in de Posthoorn kabbelt verder. Het is net of
ik de jongste in de familie ben, en iedereen wacht met praten
omdat ik toch te dom ben om het te begrijpen. Tegen twaalf
uur vraagt Bob rond: "Hoe denken we erover?" Wie
wil, gaat lunchen in Fat Kee. Ik mag ook mee maar wil liever
even bijkomen in de Bijenkorf van alles dat niet gezegd is
over het kamp van toen. We nemen afscheid. "Dag mevrouw".
Een paar straten verder zie ik twee van de Bangkong-jongens
lopen. De een wat stram, de ander soepel. Ze praten en lachen
vrijuit, ze zijn nog steeds de kameraadjes van toen. Dit gaat
nooit over, denk ik, en dan komt opeens mijn bus eraan. Volgende
maand ga ik weer naar een koempoelan.
Vilan van de Loo
Stichting Jongenskampen Bangkong-Gedungjati
Opgericht: werkzaam sinds 1983; stichting sinds 1995
Aantal leden: circa 500
Activiteiten: landelijke reünie, koempoelans, met andere
jongenskampen jaarlijkse herdenking op 23 augustus op Bronbeek
Website: geen
Eigen periodiek: kwartaalkrant "de Bangkonger"
Voorzitter: Jan Postma, tel. 0575561049, e-mail jan.postma100@hetnet.nl

Onder de
bedrijfsnaam Mevrouw Vijf Producties
produceert Vilan van de Loo creatieve
teksten.
http://www.vilanvandeloo.nl |