|
Moesson
Schrijfsters uit het Damescompartiment:
dr. Aletta Jacobs (1854-1929)
Wat valt er nog over Aletta Jacobs te zeggen?
Haar naam is onlosmakelijk verbonden met het vrouwenkiesrecht
en verder was zij de eerste vrouwelijke arts van de
Nederlanden. Dat is allemaal bekend. Weinigen weten
echter, dat Aletta in 1912 een wereldreis maakte waarbij
ze ook geruime tijd in Indië verbleef. Met de
presidente van de Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht
Carrie Chapman Catt propagandeerde ze op verschillende
plaatsen in Indië het wettelijk recht van vrouwen
op kiesrecht.
"En hier zijn de badkamers", zeide de
hotelier tot ons, toen wij in de geheimen van het
hotel werden ingewijd. Een viertal groote vertrekken
met steenen vloeren, een waterkraan, aan de zoldering
een douche en aan den muur een spiegel, maar het
allereerst dat men in een badkamer verwacht, - een
badkuip - ontbreekt. Men kan zich in deze vertrekken
ongegeneerd begieten met koud water, wat ik vanmiddag,
toen ik het van de warmte niet goed meer kon uithouden,
deed, met het gevolg, dat ik kort daarna begon te
transpireeren, zooals ik nog nooit in mijn leven
heb gedaan, maar een bad nemen kan men niet. Ook
over het gebruik van deze soort badkamers zal ik
eerst nog de noodige inlichtingen moeten inwinnen,
want het komt mij voor, dat zij zoo alle doel missen." Met
deze woorden gaf Aletta Jacobs haar eerste indrukken
weer van het Indische leven. Badkamers zonder badkuip?
Dat het kon! Maar als ervaren reizigster als zij
inmiddels was, paste ze zich snel aan en kon daarna
mandiën alsof ze het altijd gedaan had.
Dergelijke onhandigheden schreef ze niet alleen
voor zichzelf op. Haar notities waren lange
reisverslagen die in 1912 in De Telegraaf verschenen.
Het Nederlands publiek kon zich in april, mei
en juni van dat jaar vergapen aan die verre
Indische wereld, , waarin zoveel vreemde volkeren
leefden en kennelijk een exotische natuur vol
bergen en vulkanen bestond. Dat Aletta met haar
reisgezellin Carrie Chapman Catt van juni 1911
tot en met oktober 1912 een grote reis om de
wereld maakte, was bijzonder. Vanuit Madeira
trokken ze naar Zuid-Afrika, bezochten het Midden-Oosten,
Egypte en deden uiteindelijk een indrukwekkend
aantal landen en plaatsen in Azië aan:
Ceylon (Sri Lanka), Brits-Indië (Madras,
Bombay, Jaipur, Delhi, Lucknow, Benares, Calcutta),
Nederlands-Indië,
China (Canton, Shangria, Nanking, Hankou, Peking)
en Japan (Kioto en Tokio). Ze reisden per trein
en boot, soms in een kar of een dos-á-dos
en desnoods te voet. Alles voor de goede zaak:
het recht van vrouwen op kiesrecht te bepleiten
en waar mogelijk, verenigingen voor vrouwenkiesrecht
op te richten. Dat lukte. Ook in Nederlands-Indië werden
plaatselijke comitßs en verenigingen opgericht.
De wereldreis was een groot succes en in Indië werd
nog lang over de twee dames nagepraat. Vooral
over Aletta, die destijds een beroemdheid was.
Op 9 februari 1854 werd Aletta geboren in het Groningse Sappemeer, waar vader als huisarts werkte. Een inspirerend voorbeeld, net als haar broer Julius. Aletta: "Van mijn zesde jaar af heb ik steeds met de meest mogelijke beslistheid verklaard, dat ik, net als Pa en Julius, dokter wou worden. Geen oogenblik is toen of later de gedachte bij mij opgekomen, dat dit voor een meisje moeilijk zou gaan. Hoe kon dat ook? Thuis werd immers tusschen jongens en meisjes geenerlei verschil gemaakt."
Vader nam Aletta mee naar sommige van zijn patiënten
en sprak met haar over de ziektegevallen. Haar
belangstelling voor het vak groeide. Uiteindelijk
kreeg Aletta uiteindelijk toestemming om te studeren.
In 1877 en 1878 slaagde ze voor het arts-examens
en op 8 maart 1879 promoveerde zij tot doctor in
de medicijnen. Aan de Amsterdamse Herengracht vestigde
Aletta zich als huisarts. Naast haar stond haar
trouwe vriend, geliefde en latere echtgenoot Carel
Victor Gerritsen (1850-1905). Ook hij was sociaal-voelend
en kwam in verzet tegen misstanden, waar hij die
zag. Na zijn dood in 1905 was zij lang ontroostbaar.
De strijd om het vrouwenkiesrecht trok haar uiteindelijk
terug in het volle leven, en daarbij was de wereldreis
die zij met Carrie Chapman Catt maakte heel belangrijk.
Aletta had een bijzonder goede reden om naar hun
verblijf in Indië uit te kijken.
Aletta's zusje Charlotte Jacobs dreef in Batavia
een apotheek en naar verluidt, was zij de eerste
'apothecaresse' van Indië. Charlotte zette zich
in Batavia in om het belang van vrouwenkiesrecht
onder de aandacht te brengen. Eerder, in 1883, had
Aletta's broer Julius een geschriftje gepubliceerd
getiteld Eenigen
tijd onder de Baliërs. Eene reisbeschrijving met
aanteekingen betreffende hygiëne, land- en volkenkunde
van de eilanden Bali en Lombok. Het was een deftige
titel, die verhulde dat Aletta's grote voorbeeld
Julius bepaald een andere belangstelling had. De
historicus Van den Doel citeert uitgebreid Julius'
kennelijke obsessie voor de borsten van de Balinese
vrouwen. Aletta had als arts eerder oog voor de gezondheid
van deze vrouwen.
De reisbrieven van Aletta Jacobs zijn uitvoeriger dan hier kan worden samengevat. Onbevangen noteert ze haar indrukken van de bevolkingsgroepen ("Wat steekt dat dansen van deze inlanders, dat eigenlijk niets anders dan elegante, rhytmische bewegingen is, toch hemelsbreed gunstig af bij onze danspartijen!"), toont zich getroffen door overeenkomsten met Holland ("Medan gaf mij op het eerste gezicht den indruk, alsof ik in Baarn rondreed"), bejubelt Bandoeng en verafschuwt Batavia en spreekt waar mogelijk over het vrouwenkiesrecht. In Djocja werden zij natuurlijk ontvangen door mevrouw Ter Horst-de Boer, die al jaren over vrouwenonderwerpen publiceerde. In Batavia was Charlotte Jacobs uiteraard aanwezig en werden er diners en teas bij Maison Versteegh gehouden. In Solo troffen de twee dames een ander aandachtig publiek: aan het hof van prins Paku Alam werden zij door hem en zusters zeer welwillend aangehoord. Na de kiesrechtvergadering werden 81 toehoorders lid, onder wie vier prinsessen van het hof.
Te Singanglaja werd Aletta door een toeval gedwongen over de positie van Indo-Europeanen na te denken. In haar hotel vond zij een aflevering van het Tijdschrift, geleid door Douwes Dekker, een achterneef van Multatuli. Hij wilde een 'Indië voor de Indiërs', waarmee hij de Indische bevolkingsgroep bedoelde. Daar was nog niemand aan toe, vond Aletta als kind van haar tijd. "Een hersenschim", noemde ze het, en ze verklaarde dat iedere Indo-Europeaan toch op de allereerste plaats Nederlander moest zijn. Hoe jammer, dat ze daarbij voorbijzag aan de vaak zo pijnlijk-moeilijke situatie van deze groep, die maatschappelijk nogal eens tussen de wal en het schip viel.
Eind juni 1912 was het gedaan met de rondreis over Java. Nog even genoten Carrie en Aletta van het prachtige Tosari, waarvan ze vond: "Ik zou Tosari een rozenoord willen noemen, bij uitstek geschikt om overspannen zenuwen tot rust te brengen."Het was een mooi einde van een drie maanden durende tocht door Indië. Het vrouwenkiesrecht zou in 1919 een feit zijn, mede dankzij Aletta.
In Nederland en Indië besefte men steeds beter bijzonder dr. Aletta H. Jacobs was. In 1924 was Aletta het middelpunt van een feest ter ere van haar 70ste verjaardag. Op 8 maart 1929 herdacht men het feit dat zij 50 jaar geleden promoveerde. Dr. Aletta H. Jacobs had nog veel plannen. Op 10 augustus 1929 overleed zij echter, vermoeid. De crematieplechtigheid werd druk bezocht en voor het bioscoopjournaal verfilmd. Nog kort voor haar dood had zij verzucht: "Er is nog zoo veel te doen op de wereld."

Onder de
bedrijfsnaam Mevrouw Vijf Producties
produceert Vilan van de Loo creatieve
teksten.
http://www.vilanvandeloo.nl |