|
Geld en goed:
'en ik die altijd meende,
dat de man het geld moest hebben'
Mijn eerste duidelijke les over vrouwen en geld leerde ik uit afleveringen
van de soap Dynasty. Globaal waren er twee scenario's, zo bleek. Ofwel
een vrouw had geen eigen geld, trouwde met een rijke man en specialiseerde
zich in paardrijden en zijn-vrouw-zijn. Dat was aanbevelenswaardig, want
de blonde Krystle werd hierdoor geportretteerd als the good girl. Haar
tegenhanger was de donkerharige Alexis: slecht, maar wel zelfstandig en
in het bezit van eigen bedrijf en kapitaal. Ontegenzeggelijk een veel
spannender bestaan, ook al omdat zij een minnaar aan- en afschafte alsof
het een nieuw paar schoenen gold. Wat ik uit Dynasty leerde, was een oude
waarheid: vrouwen en geld vormen een interessante combinatie. Tijdens
het lezen van het 17de jaarboek voor Vrouwengeschiedenis Geld en Goed
werd mij dat idee herhaaldelijk onder ogen gebracht. Slechts twee vragen
waren het uitgangspunt voor de bundel artikelen: "hoe kwamen vrouwen
aan kapitaal en wat deden ze ermee?" (p.6)
Eene illusie
Dit vragenpaar blijkt op uiteenlopende manieren beantwoord te kunnen worden.
Al in het voorwoord maakt de redactie melding van kapitaalsverwerving
via het huwelijk, erfrecht, zelfstandig ondernemerschap en diefstal. Verder op in de bundel
geeft sociologe Ali de Regt in een uitgebreid artikel over huwelijk en
geld een overzicht van veranderingen in de vermogenspositie van getrouwde
vrouwen. Wie denkt dat we sinds lang in verlichte tijden leven, komt bedrogen
uit: pas 30 jaar mag een getrouwde vrouw over haar eigen vermogen beschikken
en is haar juridische positie op dat gebied gelijkwaardig aan mannen.
Mirjam E. Wagter gaat in op de interessante levensgeschiedenis van Jonkvrouwe
Adriana Wilhelmina van Andringa de Kempenaer (1858-1926). Als jong meisje
ontdekte zij dat niet alleen mannen, maar ook vrouwen geld konden bezitten:
"Dus pa was niet rijk geweest en ma wel? Dus daarom ook was oom Hendrik
niet rijk en tante Cateau evenmin? - en ik die altijd meende, dat de man
het geld moest hebben; ik was er bepaald van onder den indruk en al zei
ik het aan niemand, 't was scheen of ik eens eene illusie verloren had."
(p.133) Toen zij later als weduwe zelf 'het geld' had, ging zij daar met
dédain mee om. Dan was Wilhelmina Drucker anders, toont Myriam
Everard aan. In een testament (niet het laatste) dat deze bijzondere vrouw
bij notaris Pollones deponeerde, blijkt dat zij de financiële zelfstandigheid
van vrouwen zeer belangrijk achtte. Naast een aantal andere beschikkingen
laat zij het Louise- en Minnafonds stichten, dat jonge meisjes in staat
stelt een vak te leren. Naast deze en andere artikelen bevat Geld en
Goed een essay van Margo Brouns over 'Sekse en geld: debat over functiewaardering',
critische bronnenstudies en zoals altijd een bibliografisch overzicht
van vrouwengeschiedenis in het vaktijdschrift in het jaar 1996.
Vooroordelen
De suggestie dat het bezit van geld en goed niets goeds doet voor een
vrouw, wordt prettig tegengewerkt door Dineke Stam en Henriëtte Lakmaker
in 'Elisabeth Otter-Knoll (1818-1900)'. Zij herinterpreteren bronnen
en vergelijken hun analyse met het beeld dat van haar werd gegeven in
het jubileumboek van de Elisabeth Otter-Knoll Stichting (1987). Auteur
Chris van der Heijden tekent Elisabeth met alle vooroordelen rondom rijke
vrouwen: zij vertoonde, meende hij, praalzucht, ijdelheid, ziekelijke
bemoeizicht, hardvochtigheid en was natuurlijk ook eenzaam en voortdurend
op zoek naar een geschikte man. Stam en Lakmaker presenteren een ander
beeld, waarna Van der Heijden pijnlijk in zijn hemd staat. Om één
voorbeeld te noemen: Elisabeth trouwde drie keer.
Door dat te noemen, raken de auteurs een thema aan dat ik helaas miste
in dit verder veelzijdige Jaarboek: heel graag had ik gelezen over 'vrouwelijkheid',
erotiek en geld, en op welke manieren schoonheid met rijkdom samenhing.
Wanneer werd bijvoorbeeld de eerste miss-verkiezing gehouden en hoe beïnvloedde
dat in materieel opzicht het leven van de winnares? Elisabeth deed meer dan trouwen; zij was
een uitmuntende zakenvrouw die veel winst maakte op onder meer beleggingen
in huizen, aandelen, effecten en obligaties.
Ze maakte heerlijke reizen, voelde zich vermoedelijk verbonden met de
vrouwenbeweging, bleek actief in zaken en liet tenslotte bij haar dood
een kapitaal achter van 2 miljoen 339 duizend gulden. Haar enige erfgenaam
was een op te richten stichting, die onder speciale voorwaarden inwoning
en een toelage zou verschaffen aan oudere 'beschaafde' vrouwen. Dat gebeurde
wel meer in die tijd, maar Van der Heijden noemt het een 'neurotische
drang om dat geld in iets om te zetten dat voor het nageslacht waardevol
zou zijn.' (p.92)
Het is zonder meer een spannend thema, geld en goed, en dat het duizend
facetten heeft is duidelijk. Het jaarboek biedt er een klein aantal van,
en dat betekent vanzelfsprekend dat er veel blijven liggen. Misschien
was het handiger geweest dit brede thema op te splitsen in een aantal
kleinere thema's, zoals bezit en lichamelijkheid of rijke vaderlandse
heldinnen. Nu ligt het accent wat te veel op case studies die, hoe boeiend
de meeste ook zijn, toch maar een klein tipje van de sluier oplichten.
Geld en goed. 17e Jaarboek voor Vrouwengeschiedenis.
Red. Corrie van Eijl e.a..
Amsterdam, Stichting IISG, 1997.
ISBN 90-6861-132-1

Onder de
bedrijfsnaam Mevrouw Vijf Producties
produceert Vilan van de Loo creatieve
teksten.
http://www.vilanvandeloo.nl |