|
Moesson
Schrijfsters uit het Damescompartiment : Melati
van Java
Als Melati van Java publiceerde zij 43 romans,
onder de schuilnaam Mathilde 23 titels en als Max
van Ravenstein 5 boeken. Feuilletons, klein prozawerk
en een enkel toneelstuk niet meegerekend was dit alles
het werk van één enkele romancière: Nicolina Maria Christina Sloot (1853-1927). De kwaliteit was even hoog als de kwantiteit. In 1893 werd Melati dan ook als een der eerste vrouwen het lidmaatschap aangeboden van de eerbiedwaardige Maatschappij der Nederlandse letterkunde. Indië zou
altijd in haar hart blijven leven.
"Als ge langer in de Oost geweest zijt, zal 't u duidelijker worden, dat het moeilijk is voor een jongmensch, die alleen in de bosschen woont, onder een onbeschaafd volk, zich in de eenzaamheid te schikken als zijn middelen hem niet veroorloven een Europeesche vrouw te huwen. Daarom heb ik op Indische wijze een Javaansche vrouw genomen, maar die vereeniging is voor de wet niet geldig, ofschoon ze algemeen is in Indië. Die vrouw is gestorven en liet mij een dochtertje na, dat ik in Europa bij mijn zuster heb gebracht." Met deze woorden haalt de aanstaande resident Van Welven het Europese meisje Etty over zijn echtgenote te worden. Zij heeft geen begrip of gevoel voor het Indische leven. Hij eens te meer. Tot welke tragische situaties dit verschil leidt, laat het verloop van De familie van de resident (1875) zien. Zijn Indo-Europese dochtertje Constance wordt de verschoppeling van het gezin. Melati van Java tekent in deze roman met veel gevoel voor drama de levensloop van deze Constance, het Indische meisje met 't gouden hart. Het publiek was verrukt van de roman; al snel verschenen de tweede en de derde druk. Succes was gewoon voor Melati. Vrijwel al haar boeken waren populair, verkochten uitstekend en werden door leesbibliotheken voortdurend uitgeleend. Zelf bleef zij liever op de achtergrond. Interviews met haar zijn zeldzaam, foto's nauwelijks te vinden.
Melati's aanleg voor de schone letteren manifesteerde zich vroeg. Als meisje van drie jaar kon ze al lezen, twee jaar later vertelde ze aan iedereen verhalen. Haar moeder Louise van Haastert stimuleerde deze aanleg door haar in de huiselijke kring te onderwijzen. Vader Carel Sloot had een betrekking als onderwijzer, zodat de huiselijke sfeer doortrokken moet zijn geweest van de zucht naar kennis. De band tussen Melati en haar moeder was innig, want toen mama in 1873 stierf, schreef Melati hierover: "Toen het verdriet in mijne ziel was geboren, een zéér groot verdriet, was het of de heele wereld en de menschen eensklaps waren veranderd."
In die tijd had Melati de nodige veranderingen meegemaakt: op kostschool bij de zusters Ursulinen, een verhuizing naar Soerabaia en weer terug naar Semarang, als 18-jarige een emigratie naar het Nederlandse Den Haag, dan naar Roermond en kort daarop haar debuut als schrijfster met de novelle 'Een doornenkroon' in een katholiek tijdschrift. Haar Indische jeugd zou Melati voorgoed tekenen. Letterkundige Johan Koning noteerde over zijn ontmoeting met haar: "Zij maakt den indruk van een Indische dame en in haar spreken valt een, zooals men dat noemt, Indisch accent te onderscheiden."
In Amsterdam beleefde Melati haar glorietijd. Daar woonde ze vanaf 1877 met haar levensgezellin Lina Schneider en de dienstbode Cato, temidden van een kunstminnende en sociaal voelende vriendenkring. Onder hen bevonden zich Jan Toorop, Louise Stratenus, Fiore della Neve en Alberdingk Thijm. Het Liber Amicorum van Melati getuigt nog steeds van de bewondering die zij haar toedroegen. Haar Lina schreef als eerste in het boek: "Melatiblüthen! - Was die bedeuten, / Das künde ich von allen deuten./"
Haar literaire werk nam Melati zeer in beslag. Regelmatig zagen romans en novellen het daglicht, ze las veel, graag en bovendien in zes talen, bezocht regelmatig het Damesleesmuseum, trad op als redactrice van verschillende tijdschriften en schreef ook nog eens verschillende artikelen. Ook in maatschappelijk opzicht was Melati bewonderd en succesvol. Zo stond ze aan de wieg van de katholieke kunstenaarskring "De Violier" in Amsterdam, was ze mede-oprichtster van de Roomsch-katholieken vrouwenbond en werkte ze mee aan de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid (1889).
Door haar inzet voor vrouwen werd Melati door tijdgenoten "een feministe in den beste zin van het woord" genoemd. Het was waar. In de meisjesboeken die zij schreef, voerde ze vaak mooie, nobele jonge vrouwen op met wie haar lezeresjes zich konden - of moesten - identificeren. In het destijds geliefde Angeline's beloften (eerste druk 1879) wordt Angeline wegens ellendige familieomstandigheden (moeder dood, vader failliet) uit het heerlijke Indië weggestuurd, naar Nederland. Net als Constance is ook dit meisje opmerkelijk deugdzaam. Zij wordt dan ook anderen tot voorbeeld gesteld, vertelt de directrice haar: "ik heb u steeds als een voorbeeld aangehaald van goede opvoeding en lief karakter tegenover degenen, die wilden beweren, dat alle Indische meisjes koppig, eigenzinnig, leugenachtig en brutaal waren'.
Al kende het publiek haar werk, de literaire critici waren en bleven verdeeld. De een hoonde haar, de ander prees haar. Maar negeren kon niemand haar; in bijna alle belangrijke literaire naslagwerken kwam en komt haar naam voor.
Temidden van alle ups and downs die het succes bracht, miste Melati tot op hoge leeftijd haar geboorteland. Zoals ze zelf even bescheiden als weemoedig zei: "Ik zou zoo graag Indië nog eens zien..." Het werd haar niet gegeven. In 1927 overleed ze op 73-jarige leeftijd aan een hartaanval in Noordwijk aan Zee, na een welbesteed leven gewijd aan de liefde, de maatschappelijk zwakkeren en de schone letteren. Melati van Java liet ruim 70 titels na.
Klik hier voor de complete versie

Onder de
bedrijfsnaam Mevrouw Vijf Producties
produceert Vilan van de Loo creatieve
teksten.
http://www.vilanvandeloo.nl |