|
Biografie Bulletin:
Omgaan met Indische nazaten: zeven gouden regels
Deze vijf fragmenten zijn afkomstig uit het gelijknamige artikel,
verschenen in Biografie Bulletin, 1993/3, pag.191-199.
Het Bulletin is een uitgave van de Werkgroep Biografie.
Nooit was ik dichter bij zedelijk verval
dan in de zomer van 1998. Die bewuste middag
bevond ik mij in een Amsterdamse woning. Naast
me op de bank zat een man van ruim zestig
jaar. Hij was de kleinzoon van mevrouw J.M.C.
Kloppenburg-Versteegh over wie ik een biografie
schreef. De man tastte bedachtzaam in een
oude doos met brieven van zijn grootmoeder,
terwijl ik mijn hebzucht trachtte te verbergen.
Beiden wisten we dat de brieven familiegeheimen
bevatten. Voor hem was dat een reden ze te
houden, voor mij juist het motief ze te lezen.
Uiteraard had ik hem dat eerder welsprekend
uiteen gezet en vervolgens had ik hem allerhande
Kloppenburgiana cadeau gedaan, maar de kleinzoon
bleef almaar terughoudend.
In mijn begeerte naar de brieven vond ik opeens
het ultieme overredingsmiddel. Had ik niet
in zijn ogen een vonkje van behagen in mijn
verschijning ontdekt? Niemand zou het behoeven
te weten, overwoog ik koortsachtig, en als
hij niet al te buitensporige verlangens had,
zou ik in staat zijn om hoofdstuk drie van
mijn boek aanzienlijk te verrijken. De prachtige
ansichten die ik in de doos zag zitten, leken
me al een kus waard, per stuk natuurlijk.
De kleinzoon moet iets van mijn onrust gevoeld
hebben, want plotseling kruisten onze blikken
elkaar. "Nu goed," zei hij. "Neem
het allemaal dan maar mee. Maar wel op tijd
terugbrengen, hoor."
Later in de trein naar huis schaamde ik me.
Kennelijk was ik bereid geweest mijn eer te
verkwanselen voor een doosje brieven. Andere
biografen hoorde ik nooit over dit soort verleidingen.
Zij maakten keurige kantooruren in archieven
en bibliotheken, waar alles wat hun onderzoekershart
wenste, lag opgestapeld. Kennelijk waren zij
voor het welslagen van hun werk kennelijk
niet zo afhankelijk van de nazaten als ik.
(...)
Afhankelijkheid in het biografisch onderzoek
roept associaties met marchanderen op, het
ene feit niet publiceren om het andere te
mogen weten. Wie zoals ik met Indische nazaten
te maken heeft, nakomelingen van in dit geval
een Indische schrijfster, ziet zich met
een grotere afhankelijkheid geconfronteerd
dan die van de gemiddelde Vestdijk-weduwe.
Om te beginnen hebben de nazaten Kloppenburg
zich over de hele wereld verspreid. De basis
daarvoor werd gelegd door mevrouw Kloppenburg
zelf, die conform de Indische gewoonte haar
kinderen voor hun schoolopleiding naar Nederland
stuurde. Sommigen bleven, anderen keerden terug
of reisden naar bijvoorbeeld Zwitserland, Australië,
Canada, India en Nieuw-Zeeland. Tussen deze
nazaten en de thuisblijvers ging een grote
hoeveelheid brieven, foto's, pakjes en herinneringen
over en weer, vol feitelijke beschrijvingen
en intieme confessies.
Begeerlijk spul, dat in zijn soort een plaats heeft in de Indisch-Nederlandse
letterkunde.Voor mij betekende deze Indische verstrooiing hoge stapels
brieven schrijven naar nazeten in werelddelen waar een enthousiasmerend
bezoek van de biografe niet mogelijk was om vervolgens bij de brievenbus
af te wachten. Verder bezat en bezit iedere nazaat Kloppenburg een geheel
eigen toegang tot het collectieve familiegeheugen. Juist in deze Indisch/Nederlandse
familie, die door het komen en gaan in het verleden onderling relatief
sterk samenhangt, lijkt dat geheugen goed ontwikkeld te zijn. Het biedt
velen van hen een warm thuis waarin Indië nog bestaat en mevrouw
Kloppenburg de bewonderenswaardige mater familias is. Het was aan mij
toegang te vinden tot deze familiesage die veel belangrijke aanknopingspunten
voor verder onderzoek bood. Opereren in een uitgebreide familie betekent
ook tegenspraak hanteren. Een paar keer ontdekte ik nazaten die uit het
collectief geheugen waren gestoten en regelmatig hoorde ik kanttekeningen
bij de officiële versie van de familiesage. Zo moest ik een weg leren
vinden in een labyrinth vol uiteenlopende belangen, tegengestelde herinneringen
en emotioneel doodlopende steegjes. Met een rode draad komt men evenwel
ver, zoals de geschiedenis van Ariadne heeft laten zien. Mijn draad is
getwijnd uit zeven regels, waarmee een biografe die afhankelijk is van
Indische nazaten, haar weg kan vinden.
Regel één: laat u kennen
Wie de nazaat bezoekt, doet dat in eerste instantie uit hebzucht en niet voor de gezelligheid. De nazaat bezit belangrijke informatie. Niet zelden kijken wij een oude nazaat streng op de bevende vingers als hij de sleutel zoekt van het koffertje met persoonlijke herinneringen. Dat zoeken gaat moeizamer naarmate de biograaf zich wetenschappelijker, c.q. afstandelijk, opstelt. Ik stel daarom als eerste regel voor de omgang met nazaten voor: laat u kennen.
Zich laten kennen tijdens een zakelijk bezoek lijkt ongepast. Toch moet het. U komt nadere kennis vergaren over een meer of minder openbare persoonlijkheid, maar voor de nazaat bent u te gast in de familiegeschiedenis en u vraagt juist datgene te mogen weten wat altijd veilig in de familieschoot besloten lag. Lid worden van de familie kunt u niet, maar enige vorm van adoptie is mogelijk. Daar ligt uw kans.
Indien u toegang wenst tot het familiebezit, zult u zich als aspirant-familielid moeten gedragen. Dat betekent simpelweg: laat u kennen, laat zien wie u bent, vertel over dromen en teleurstellingen. Rustig aan. Bespreek dus niet met het familiehoofd uitputtend de breuk met uw vader en onthou u ervan aanstormende nichtjes te waarschuwen voor de problematische arbeidsvooruitzichten op de universiteit. Enkele eenvoudige mededelingen volstaan tot u belangstellende vragen krijgt. Zelf heb ik regelmatig belangstelling ontmoet voor mijn alledaagse familiegeschiedenis. Logisch, want voor veel Indische nazaten is de aanwezigheid in Nederland geschiedkundig gezien niet vanzelfsprekend. Indien u zich laat kennen, maakt u het de nazaat gemakkelijk te beslissen of u persoonlijke informatie mag ontvangen.
Regel vijf: zoek de archivaris
Ook al is er tussen nazaten in Nederland en Indië het levendigste postverkeer
geweest, door de oorlog en de Indonesische revolutie is er veel verloren
gegaan. Wat resteert, wenst de archivaris in bezit te hebben. Als geen
ander beseft hij hoe vergankelijk Indië is en hij probeert wat ervan over
is aan beeldvorming, materieel en immaterieel, te behouden. Misschien
is de Indische archivaris wel de treurigste van zijn soort. De laatste
generatie die Indië kende, sterf uit en daarmee verdwijnen ook zijn
primaire bronnen. Laat uw respect voor hem daarom gekleurd zijn met mededogen.
Kassian, het gaat al, al voorbij... De toegang tot het hart van de Indische
archivaris baant u met ruilhandel. Toen ik Albertina's foto van oom Herman
ontving, was mijn eerste gang naar de fotowinkel. Daar liet ik voor een
luttel bedrag een negatief maken zodat ik afdrukken aan verschillende
archivarissen kon sturen. Onder de nazaten Kloppenburg bevonden zich velen
die in de ban waren geraakt van een tak Kloppenburg, Kortenhorst, Van
Dijck of andere afsplitsingen. Met hen deelde ik wat ik had of kreeg.
Ook daarom openden zij hun schatkamers. Voor mij was mevrouw Kloppenburgs
kleinzoon Fred Kloppenburg, woonachtig in Canada, de belangrijkste. Ik
zal niet licht het moment vergeten dat ik in zijn werkkamer zijn uitgebreide
familieoverzichten mocht aanschouwen. Hij was de beheerder van de voortdurend
uitdijende stamboom Kloppenburg en hij vertelde anecdotes over generaties
Kloppenburgs uit vorige eeuwen alsof hij ze persoonlijk had gekend.
Regel zeven: combineer boek en nazaat
Nadat ik enkele jaren te gast was geweest in het verleden van de familie,
lag het voor de hand enkele Kloppenburgs te betrekken bij de onttwikkeling
van de biografie. Als Hollandse wilde ik mij geen Indisch levensverhaal
toe-eigenen, hoewel ik wist dat iedere biografie in essentie over de biograaf
gaat. Voordat ik begon met het daadwerkelijke schrijven, dacht ik terug
aan de goede ervaringen opgedaan tijdens het werken aan mijn Toekomst
door traditie, 125 jaar Tesselschade-Arbeid Adelt (Zutphen, 1996)
mijn biografie van Nederlands oudste landelijke vrouwenvereniging.
Net als toen moest er nu een redactie komen.
Hiervoor nodigde ik, naast anderen, ook enkele
nazaten uit verschillende generaties uit. Hun
expertise was breed. Zo deed ik bijvoorbeeld
een beroep op een gepromoveerd onderzoekster
vrouwenstudies en op een kleinzoon die het
begrip oral history nieuwe dimensies wist
te geven. Deze constructie was voor de nazaten
en mij prettig. Zij hadden de garantie dat
ik niet met het materiaal over hun dierbare
familielid op de loop ging. Daardoor hoefden
zij de voortgang op geen enkel moment te belemmeren,
a biographers nightmare. Ik op mijn beurt
had de beschikking over een uitstekend klankbord.
Tegelijkertijd werkte de redactie als spreekbuis
naar de rest van de familie, want hoezeer ik
inmiddels ook op de nazaten Kloppenburg gesteld
was geraakt, aan ieder van hen dagelijks over
de voortgang van het boek rapporteren wilde
ik niet.

Onder de
bedrijfsnaam Mevrouw Vijf Producties
produceert Vilan van de Loo creatieve
teksten.
http://www.vilanvandeloo.nl |