Vilan van de Loo
Vilan van de Loo, creatieve teksten
boeken artikelen websites lezingen gesprekken
contact colofon FAQ media actueel

 

 

Indische Letteren
Tobben in Indië: wijze vriendinnen adviseren Hollandse vrouwen (1 van 5)

Deze vijf fragmenten zijn afkomstig uit het gelijknamige artikel, verschenen in Indische Letteren, 1996/2, pag.67-8-. (omslagverhaal)
Het blad is een uitgave van de gelijknamige Werkgroep.

Inleiding
Het zal ongeveer vier jaar geleden zijn, dat ik voor het eerst gekweld werd door een sterk verlangen naar Indië te gaan. In die tijd ontdekte ik namelijk de Indisch-Nederlandse letterkunde waarin een fascinerende wereld van blank en bruin, adat en wetboek, oerwoud en plantage en van vrouwenbestaan en mannenleven op mij wachtte. Oud Indischgasten die ik sprak, wakkerden met hun meeslepende verhalen mijn verlangen en daarmee mijn wanhoop aan. Want hoe zou ik ooit naar Indië kunnen gaan? Dit waren de jaren negentig, waarin de tijd van temp doeloe echt voorbij was.
Het enige dat ik nog had was mijn fantasie, waarin ik, bij voorkeur als smachtend handschoentje, de lange bootreis kon maken. Uitgebreid fantaseerde ik over het droevige afscheid in de haven, de maanden durende zeereis en de aankomst in mijn nieuwe land. De literatuur en de verhalen gaven me hiervoor stof te over. Eenmaal gearriveerd in Indië, stuitte ik op lastige problemen. De hitte was bedwelmend, hoe kon ik die ooit verdragen en er appetijtelijk uit blijven zien? Dan het huishouden, wat moest dat worden met al die akelige berichten over bedienden? En was mijn man zo trouw geweest als hij me indertijd beloofd had? In zijn laatste brief schreef hij iets over twee kleine verrassingen die mijn moederlijke zorg hard nodig hadden.
Intussen had ik kennis gemaakt met het 'Indische dameshandboek'. Hierin beschreef een vrouw met tropenervaring problemen van de Hollandse vrouw in Indië en ze gaf oplossingen aan. Voor mij waren dergelijke wijze vriendinnen natuurlijk nuttig, maar voor vrouwen die werkelijk naar Indië vertrokken, waren ze misschien onmisbaar. Ik vond vijf handboeken die voor en door vrouwen geschreven waren: J.M.F. Catenius-van der Meijden: Ons huis in Indië (1908); J. Kloppenburg-Versteegh: Het leven van de Europeesche vrouw in Indië (1913); B. van Helsdingen-Schoevers: De Europeesche vrouw in Indië (1914); dr.C.J. Rutten-Pekelharing: Waaraan moet ik denken? Wat moet ik doen? Wenken aan het Hollandsche meisje dat als huisvrouw naar Indië gaat (1923) en ir. C. Swaan-Koopman: Vrouwen in Indië (1932).
Hoe verschillend deze boeken ook waren, toch hadden ze drie dingen gemeen. Ten eerste waren er aanwijzingen dat er een sterke samenhang bestond tussen de persoonlijkheid van de schrijfster en de inhoud van haar boek; iedere 'waarheid' leek te berusten op de persoonlijke ondervinding of de veronderstellingen van de auteur. Invloeden van de tijdsomstandigheden waren hierin onmiskenbaar aanwezig. Ten tweede bespraken alle auteurs in meer of mindere mate vijf grote probleemgebieden. Ten derde bleken ze zo hun eigen visie te hebben op de koloniale samenleving, de verschillende bevolkingsgroepen daarin en de soms broeierige verhouding tussen mannen en vrouwen. Voordat ik nader op deze drie elementen inga, wil ik eerst deze raadgeefsters voorstellen.

lees verder lees verder...

Klik hier voor de complete versie

 

Onder de bedrijfsnaam Mevrouw Vijf Producties produceert Vilan van de Loo creatieve teksten.
http://www.vilanvandeloo.nl