Tobben
in Indië
(1 van 8)
Tobben in Indië. Een analyse van vijf levensgidsen uit de periode
1908-1932, geschreven voor Nederlandse vrouwen die naar Nederlands-Indië
emigreerden.
Doctoraalscriptie Rijksuniversiteit Leiden, Indische lettereren. Augustus
1993.
Hoe is dat toch gekomen, die voorliefde voor Indië, en waar komt die
fascinatie voor handboeken vandaan? Vragen die mij vaak gesteld worden,
en die ik in het onderstaande fragment uit mijn doctoralscriptie beantwoord. Daarna vindt u een aantal fragmenten uit het vijfde hoofdstuk van de scriptie.
Wilt u meer lezen, dan verzoek ik u geduldig
te zijn; een publicatie over deze en andere
handboeken is in voorbereiding.
Iets
over mijzelf
Ik ben geboren met een karakter dat neigt
naar het onzekere, dat twijfelt aan elke
gedachte en aarzelt over ieder besluit. Toen
ik opgroeide, bleek die onzekerheid geen
kinderziekte te zijn; ik wist mij geplaatst
in een wereld van wanorde waarin een stap
naar links of juist naar rechts onvoorstelbare
maar zeker verschrikkelijke gevolgen zou
hebben. Mijn pubertijd zou dan ook chaotisch
verlopen zijn, als er niet een baken was
verschenen: ik leerde de wetenschap kennen.
Nu is wetenschap een groot woord voor het
onderwijs op een middelbare school, maar
toch, de vreugde van het weten, het besef
van kennis was voor mij een intense ervaring.
Feiten bleken in patronen gerangschikt te
kunnen worden, waardoor problemen gestructureerd
werden en waardoor vaak een logische oplossing
ontstond. Deze benadering vormde een harmonieuze
eenheid met mijn verzameling boeken vol antwoorden.
Thuis had ik onder meer Hoe hoort het eigenlijk?; Hoe
kleed ik mij?; Spreekoefeningen; Moeder, zeg me eens; Hoe zijn de Vrouwen? De
twaalf vrouwentypen en Beter kussen.
Ik ontwikkelde een liefde voor de literatuur
en besloot om Nederlands te gaan studeren.
Na het doorlopen van de verplichte werkgroepen
leek het erop dat ik mij aan de achttiende-eeuwse
travestieromans zou gaan wijden. Titels als Clorimena of
de vrouwelyke
Lakey en D'Bagyn in Mans klederen hadden
voor mij een onweerstaanbare aantrekkingskracht.
Dat veranderde toen ik Peter van Zonneveld
ontmoette.
Tijdens zijn colleges over de Indische letteren ontdekte ik een wereld
die mij alles beloofde wat ik eigenlijk in mijn studie zocht: literatuur
uit een verre en voorbije samenleving, interessante vrouwelijke auteurs
en levens die net als het mijne gevuld waren met onzekerheid en twijfel.
Dat er ooit een koloniale tijd was, waarin mensen naar een onbekend land
gingen waar alles anders was en grote en kleine levensvragen beantwoord
moesten worden, sprak sterk tot mijn verbeelding. Het stemde me zeer tevreden
dat ik daarop mijn eigen onzekerheid kon projecteren. Dat mijn eigen handboeken
een Indisch equivalent bleken te hebben, vond ik dan ook niet verrassend.
In de Universiteitsbibliotheek vond ik twee dames-auteurs die zulke boeken
hadden geschreven; mevrouw Kloppenburg-Versteegh en mevrouw Catenius-van
der Meijden werden al snel vertrouwde raadgeefsters.
Nu ik aan het einde van mijn studie een afstudeerscriptie dien te schrijven,
kan uit de combinatie van mijn onzeker karakter en liefde voor de Indische
letteren geen ander onderwerp voortkomen dan de bestudering van de Indische
levensgidsen.
lees verder
Klik hier voor de complete versie

Onder de
bedrijfsnaam Mevrouw Vijf Producties
produceert Vilan van de Loo creatieve
teksten.
http://www.vilanvandeloo.nl |