Meisje

terug naar de pagina "Columns"

Dit is de laatste maand van de Indische Zomer in Den Haag. Het zal leeg om me zijn wanneer het echt voorbij is. Ik heb zo veel oude gezichten gezien als ik zelfs op de Pasar Malam Besar nooit zag. Zoals daar, kijk ik ook in de Indische Zomer naar de oudere dames, omdat elk van hen weliswaar een oudere dame is, maar ook wat Tjalie Robinson noemde "het meisje uit Indië". Een meisje dat vroeger de boeken las die ik nu verzamel, dat beleefde waarover ik lees. Zoals in Het meisje uit Indië, bedoeld voor:

"Voor onze dochters - en kleindochters - en achterkleindochters - als ook hún moderne tijd van nu "voorbij" is en "ouwerwets". En zij alleen moeten leven met de "Schat van het Verleden". En ook zullen merken dat alle voorbijgaande leven niets is, maar het Hoe te leven en Durven te Getuigen de Essentie is van het Leven door alle tijden."

Het staat er met hoofdletters, en ik knik instemmend. Ja, zo is het, daarom moeten boeken geschreven worden. Om te getuigen van wat geweest is, als erfenis aan jongeren.

Zei ik jongeren? Excuseer me voor het gebruik van zo'n modewoord. Men kan geen televisieprogramma zien of de jongeren springen je tegemoet. Ze hebben de toekomst, heet het. Dat staat nog te bezien, wil ik dan opmerken, maar ik zeg het niet. Om redenen van menslievendheid verzwijg ik veel in mijn leven, 't is goed dat ik een dagboek heb, daarin schrijf ik veel drift van me af.

In Het meisje uit Indië hoor ik vrouwenstemmen uit Indië. Sommigen zijn bekend, anderen minder, enkelen wilden onbekend blijven. Allemaal schreven ze verhalen, nee, getuigenissen, zoals Tjalie zegt. Met vaak een wereld die in paar zinnen opengaat, zoals dit:

"Tjang was kras voor haar leeftijd, niet in het minst hulpbehoevend en niemand tot last. […] Een van de werkjes die ze altijd met plezier deed was het vouwen van de was. Ze plukte melati, verzamelde rozeblaadjes en zorgde dat de rantangs met kleren in de slaapkamer altijd lekker roken."

Meteen is er een beeld, met kleur en geur als bonus. Dat kan alleen iemand schrijven (getuigen, corrigeer ik mezelf weer) die het zelf heeft meegemaakt. De auteur van dit verhaal, 'Kerstfeest van Tjang', is Lilian Ducelle. Ook een oudere dame en een meisje uit Indië. Tijdens de zomer las ik haar mooie bundel De M van Martha. Het wil maar niet voorbij gaan, de stroom van herinneringen, van feiten en van fictie. En toch is zelfs in deze Indische Zomer dat sombere gezegd: straks weet niemand meer wat Indië was, het echte dat geen jongere zich kan indenken zonder hulp. De zaak is simpel. De ouderen zijn er. Zij kunnen schrijven. Nee, getuigen. Wat zag het meisje uit Indië nog meer?

Het meisje uit Indië. Een eerste keuze uit de duizend-en-een bijdragen voor Tong Tong van "Sheherazades uit Oud-Indië ". Den Haag: Uitgeverij Tong Tong, 1966