Samen slapen

terug naar de pagina "Columns"

De tijd is snel gegaan: Tim (15) is inmiddels een half jaar nierpatiënt en ik moet zeggen, hij doet het uitstekend. De rode senior-kater eet elke dag zijn speciale nierdieet, zij het met dubbele begeleiding van mijn kant. "Toe dan, nog een hapje. Het kan best." Dan aaien. "Probeer iets meer te eten". Hij eet even. Ik draai zijn bordje om: "Kijk eens". Tim eet verder en kijk af en toe of ik het wel zie. "Goedzo". Want de dierenarts heeft vooral mij opgevoed: poezen met nierproblemen moeten eten. Tim heeft nog nooit zoveel aandacht en zorg gehad als in de afgelopen zes maanden. We zijn close. Klef, zou mijn ex zeggen.

Omdat ik thuis werk, kan ik Tim goed in de gaten houden. En hij mij. We zijn een twee-eenheid geworden en ik moet toegeven dat we steeds meer op elkaar gaan lijken. Is er geluid in de straat, dan raken we op hetzelfde moment in paniek. We eten alletwee om half zes 's avonds van borden uit hetzelfde servies. Het enige dat ontbrak aan deze totale harmonie tussen poes en vrouw, is dat we samen konden slapen. Dat wil zeggen, tot voor kort.

Soms ben ik overwerkt. Dat is mijn eigen schuld, dus ik moet het zelf oplossen. Meestal helpt vroeg naar bed gaan maar het kan nodig zijn dat ik tussendoor slaap. Op die zeldzame middagen lig ik op de bank. Tim komt dan even polshoogte nemen. Deze keer durfde hij ook in mijn arm te gaan liggen. Voor hem is dat een grote stap, want als kitten heeft hij traumatische dingen meegemaakt. In het asiel hadden ze me gewaarschuwd: "Dit wordt nooit een schootpoes".

"Toe dan, Tim", soesde ik hardop, "Ga nou slapen". Ik visualiseerde hoe hij in mijn arm naar dromenland zou vertrekken, want zo probeer ik altijd met hem te communiceren. We werden samen wakker. Ik verbaasd en blij, omdat Tim met zijn vijftien jaar nog steeds nieuwe dingen kon leren. En hij helemaal zacht, mij kopjes gevend. "Zijn we nou verliefd?" vroeg ik, en dacht aan mijn ex, die niks moest hebben van zulke sentimentele gesprekjes.

Die hele dag waren Tim en ik nog meer close dan gewoonlijk. Hij was zacht, ik ook. We konden niet ophouden met aaien (ik) en spinnen (hij). En ik dacht, nierproblemen, artrose en wie weet wat hij allemaal nog onder de leden heeft, deze kater van vijftien jaar gaat het nog heel lang redden.