Bij de tijd

terug naar de pagina "Columns"

Het begon zo. In de bibliotheek hadden ze een nieuw systeem aangelegd. Dat was mooi, op zich. Kluisjes met digitale codes, pasjes waarmee je poortjes kon openen, en een oplaadpunt voor de chipknip. De muntstukken deden gelukkig nog mee, tenminste bij een apparaat dat kopieerkaarten bevatte. Een bibliotheekmedewerker stond te kijken hoe ik het juiste knopje zocht, want nou ja, het was alweer een tijd geleden. "Valt niet mee, hè?" Met wat betuttelends in de stem. Ik haalde ongeduldig mijn schouders op, vol ergernis over al het gedoe. Thuis dacht ik er nog eens over na.

Af en toe bots ik met de moderne dingen. Als ik eerlijk ben, moet ik toegeven dat het steeds vaker gebeurt en dat ik door al die botsingen bij elkaar verdacht veel op iemand begin te lijken die niet met haar tijd wil meegaan. Dat valt me tegen van mezelf. Ik dacht altijd dat het alleen om mensen ging als mijn moeder, die beslist geen computer in huis wil. Daar plaag ik haar weleens mee, wat ze niet leuk vindt. Maar als ik haar weerstand tegen de pc vergelijk met mijn weerstand tegen digitale codes of mobiele telefoons met van die kleine toetsen, dan zijn we precies hetzelfde. Dat is schrikken. Meteen verdwijnt het superieure gevoel waarmee ik haar graag plaagde.

En ik dacht nog wel dat ik honderd procent modern was. Drie kranten elke dag, waarvan twee wisselend via een proefabonnement, computers waar ik mee kan lezen en schrijven, Skype-vrienden in verre landen. Maar door de abrupte vernieuwing in de bibliotheek weet ik beter waar ik sta of liever gezegd zit. Dat is in mijn eigen comfortzone, waar alles vertrouwd is. Onder het licht van mijn kroonluchter uit 1920 en bij het zachte zoemen van mijn laptop, voel ik me veilig. Binnen is het overzichtelijk. Buiten zijn de veranderingen gaande.

Daar zijn de meeste politie-agenten jonger dan ik. Overal vind ik de muziek zo hard staan. De kleren van zeventienjarigen vind ik helemaal niks. Kom ik in een winkel waar iemand me begroet met "hoi", dan ben ik een beetje van slag. Dat zijn de tekenen van het opschuiven naar een oudere generatie.

In de bibliotheek begon het en daarna ging het verder: het besef dat ik bij de tijd moet blijven, en tegelijkertijd bij mezelf. Dat is verwarrend. Voor een dure smartphone heb ik geen geld, maar dat vindt mijn moeder ook van een computer. Zij zegt het preciezer: "Daar heb ik geen geld voor over". Klagen over luide muziek is zinloos. Blijft over het punt van de normen en waarden. Alleen al het bezit daarvan is waarschijnlijk hopeloos ouderwets, vrees ik.

Vooralsnog heb ik mezelf tot taak gesteld de bibliotheek weer helemaal onder de knie te krijgen. Bij elk bezoek doe ik iets nieuws. Kleine stappen, groot resultaat. Kopiëren lukt. Nu komt de volgende taak: met het pasje het poortje openen en dan doorlopen, soepel en snel. Eruitzien of je thuis bent in de wereld, zonder te weten waar de volgende stap heen leidt.