Raden
Mas Noto Soeroto: VII
Slecht één
gedicht uit een bundel opnemen- kan
dat wel? Misschien. Het onderstaande
gedicht is sterk aan zeggingskracht.
Dat komt vooral, doordat de dichter
op gevoelvolle wijze de familiemetafoor
vermengt met de betekenissen die Nederland voor Indië had.
VII.
Vreemde gasten zijn in onze woôn gekomen.
Enklen hunner, vruchten plukkend van de boomen
deën, als waar' ons eigen huis voor hen bestemd.
Daardoor werden enklen onzer zéér ontstemd.
De oudste onzer echter zei: "Bejegent
vriendlijk hen,
broeders, want zij hebbe' ons wèl gedaan; erken
't geen zij van ons verhalen veel van vreemde, verre
landen
als een wijze les: dat van der wereld wijde stranden
't kleine huis van vader slechts een korrel is.
Hoef 'k u nog te zeggen haar beduidenis?
Vreemde planten hebben ze ook ons
meêgebracht;
onzen gaarden hebben we immer toch getracht
te verrijken? Laat hen vrij gaan naar hun zin!
Gastvrijheid is zede steeds in ons gezin.
Ziet niet om naar 't geen zij nemen.
Waakt alleen,
dat zij nimmer aan de bloemen komen, néén,
Moeders kamer - 't heiligdom van 't huis - gewijd,
waar ons allen onze Heer voor benedijt."
Gedicht geciteerd uit de bundel De
Geur van Moeders haarwrong,
S.L. van Looy, MCMXVI, pag. 17
|