2003:

Familie Rexhäuser

 

Familie Noto Soeroto

2002:

Familie Holman

 

Familie Van Groningen

 

Familie Keuls

logo Generaties

Yvonne Keuls: '1999'

Een keten van voormoeders en moeders schetst Yvonne Keuls in dit verhaal, en zelf is zij moeder en grootmoeder... de keten wordt langer.

Is het waar dat je bij elk verlies het vorige verlies opnieuw beleeft? Toen mijn moeder net was overleden, op 2 maart 1988, schreef ik in mijn dagboek: 'Zoals ze daar ligt, is ze niet alleen maar zo jong als mijn zuster, ze lijkt op haar, ze is mijn zuster. Het sterven van de ene geliefde gaat over in het sterven van de andere geliefde.'
Toen mijn oudste broer stierf, kwam alles wat zich rond het sterven van mijn moeder had afgespeeld, weer bij mij boven en in de periode erna trok mijn leven als haar dochter weer door me heen. Nooit eerder had ik de behoefte gevoeld om over die wonderlijke, soms moeizame moeder-dochterrelatie met iemand te praten, laat staan om erover te schrijven.
De dood van mijn oudste broer werd de aanleiding. Ik ging achter mijn computer zitten en tikte de zin die ik op 2 maart 1988 in mijn dagboek had geschreven. Daarna gebeurde het vanzelf. Het leven van mijn moeder ontvouwde zich voor mij, waarschijnlijk omdat zij over een bijzondere eigenschap beschikte: zij was een verhalenvertelster. Een leven lang had ze me verhalen verteld over haar voormoeders, een woord dat ik nog door niemand had horen gebruiken en dat zij waarschijnlijk zelf bedacht had. Háár voormoeders. De vrouwen van wie zij afstamde en die, toen zij dood was, plotseling mijn voormoeders werden, want iemand moest ze toch onderdak verlenen.

- 'Zal ik over jouw voormoeders vertellen?'
'Ja, over mijn voormoeders!' juichte ik.
'Goed, over jouw voormoeders, want jij bent verwant aan het Javaanse volk door jouw voormoeders.'
Dat was niet niks. Niemand had voormoeders, alleen ik. Op mijn school wisten ze zelfs niet wat voormoeders waren. Zelfs de juffrouw niet. De juffrouw wist alleen wat voorvaderen waren. Voorvaderen of voorvaders.
Toen ik aan mijn moeder vroeg of ik dan geen voorvaders had, antwoordde ze: 'Ach, jawel, jij hebt ook voorvaders, jij hebt een vader en grootvaders en overgrootvaders en zo door en zo door, allemaal met een naam, levend of dood; maar zij bestaan alleen maar als zij een plaats krijkgen in de verhalen van hun vrouwen of hun moeders.'
Ik had drie voormoeers met een naam. Levend of dood, dat deed er niet toe, want rond al deze vrouwen hing een waas van verhalen, en zoo lang die rondgingen in de tijd, zo lang zouden mijn voormoeders leven. -

Deze tekst, die uit mijn computer rolde, deed me beseffen dat mijn moeder mij verbonden had aan mijn voormoeders. Ik kwam nooit meer van ze af. Mijn voorvaders bestonden alleen maar als ze bruikbaar waren voor het verhaal. Mijn voormoeders wáren het verhaal. Ik had niet alleen bloedbanden met hen, neen, ze waren onsterfelijk geworden door de verhalen die mijn moeder mij verteld had en die ik, om welke ondoorgrondelijke reden dan ook, zou doorvertellen als het moment daar was.
En het moment was daar. Zomaar, op de dag dat ik met die eerste zin de weg baande voor de andere zinnen. Het wonder van het schrijven. Toen na vijf maanden het boek over mijn moeder, mijn voormoeders en mezelf klaar was, en ik het boek een naam had gegeven: Mevrouw mijn moeder, en het boek dus bestónd, bleek tot mijn opperste verbazing dat eerste zin overbodig was geworden. Ik liet hem verdwijnen. Ik liet hem verdwijnen, met een minuscuul tikje op een toets. Ik liet hem verdwijnen. Delete. En ik hield het boek over.
In november 1999 werd het bekroond met de Trouw Publieksprijs 1999.

Verhaal '1999', zoals opgenomen in Madame K. Van Indisch kind tot Haagsche dame Ambo, 2e dr. 2002, pag. 317-319

Stuur een e-mail!