Leiden, maandag, 16 februari 2015
Les 7: Vertrouwen in de liefde
Lieve Liefdescursisten,
Natuurlijk verlangt u naar liefde, naar de enige echte ware, maar als u eerlijk moet zeggen of u daarop durft te vertrouwen, wat zegt u dan? Eerlijk. En als ik u vraag, of u deze ware liefde, eenmaal in uw leven aanwezig, echt zult vertrouwen? Ook al niet. U heeft het vertrouwen verloren in liefde en in Geliefdes. Dat kan iedereen overkomen. Alleen, hoe krijgt u dat weer terug?
Wanneer u het vertrouwen in de liefde verloren heeft, bevindt u zich in een merkwaardige positie. Aan de ene kant zou u best willen dat u weer in een ander kon geloven zoals vroeger, maar aan de andere kant denkt u dat daar maar verdriet van komt. U wilt waakzaam zijn. U vertrouwt geen mens meer. En toch kunt u zich daarmee niet verzoenen.
Wat zijn uw opties?
1 Een hond nemen.
2 Cynisch worden en dat als teken van intelligentie beschouwen.
3 Verder modderen.
Persoonlijk vind ik geen van deze opties acceptabel. In alle gevallen blijft het onderliggende verdriet aanwezig. Wat u ook doet, wees zacht voor uzelf. Een mens zonder vertrouwen is een slak zonder huis.
Kwetsbaar.
In deze les leer ik u weer vertrouwen te voelen. Dat begint klein en veilig. Denkt u eens aan uw eerste herinnering aan een lief dier dat in uw leven geweest is. Het aaien. De geur. Hoe dat dier naar u kon kijken en wat u dan voelde. Dat is de emotie van gelukkig vertrouwen. Wanneer u in staat bent, bij het terugdenken een echo daarvan te voelen, is dat goed nieuws. De emotionele hardware is er nog.
Nu gaat u een stapje verder. Oefenen met dieren die u tegenkomt op straat, bij bushaltes, in winkels. Er zijn genoeg honden die daar staan te wachten tot ze weer mogen doorlopen. Hier is uw kans om vriendelijk en voorzichtig contact te leggen en te ervaren hoe dat is. De ene hond komt vol vertrouwen naar u toe, de andere mag niks en een derde moet er even over nadenken terwijl een vierde u begroet als het favoriete familielid. Inderdaad, het zijn net mensen. Elke hond is anders. Daar kunt u ook plezier aan beleven. U leert dat al doende.
Kijkt u met die ervaring eens naar de mensen die u het langste kent. Zijn die allemaal door en door slecht, en wachten ze op een kans om u kwaad te doen en dan in de steek te laten? Nee, dat dacht ik al. Er is dus nog iets van vertrouwen in de medemens in u aanwezig. Dat kunt u uitbreiden door aan uzelf uit te leggen waar u op vertrouwt. Dat die ander naar u luistert. Dat u die vijf euro terugkrijgt. Dat er geen gif in het aangeboden kopje thee zit. Alles opsommen wat u kunt bedenken.
U heeft nu geleerd, dat u in staat bent om een ander te vertrouwen. En ook, dat u plezier kunt hebben in het feit dat iedereen weer anders is. Daarmee bent u klaar om aan een nieuwe liefde te beginnen. Inderdaad, zo eenvoudig is het. Maar zelf kon u het niet bedenken.
Nog één puntje: langzaam aan doen met die nieuwe liefde, hoor. Tussen elke ontmoeting een paar dagen inlassen met nul contact. Die heeft u nodig om opduikende oude angsten te bestuderen en te bezweren.
Nu kan het zijn, dat uw nieuwe Geliefde zichzelf hartstochtelijk en enthousiast noemt, en u elke dag wil zien, en ieder uur wil horen of via de mobiele telefoon wil lezen. Er arriveert post, er komen bloemen, er wordt over vakanties gesproken en u voelt zich eigenlijk verstikt. Dat is ook wat. Naar liefde verlangen en als het er is, dan is het wéér niet goed. Bent u ondankbaar? Of is er iets anders aan de hand? Het antwoord hoort u volgende week maandag van
Uw Liefdesdocente,
vorige lessen: van crisis naar kansspeciaal aanbevolen

Zelf ben ik nooit echt een hondenmens geweest, en toch is er een fase in mijn leven geweest dat mijn geestelijke gezondheid geheel afhing van een Frans mopshondje, van wie ik de naam niet kende.
Ik kwam dit hondje regelmatig tegen in de boekwinkel. Het was aangelijnd, maar het had toch enige bewegingsvrijheid. Met nieuwsgierige bolle oogjes keek het vrijmoedig om zich heen, klaar om in welk avontuur dan ook te springen. Toen ik dichterbij kwam, kwispelde het vol verwachting.
Dat enthousiaste welkom bracht iets van zachtheid in mijn gebroken hart. Ik knielde bij het hondje neer om te aaien. Maar het dier wist dat er iets anders nodig was. Met voorzichtige tanden nam het mijn hand in zijn of haar bek. Het voelde warm en troostend.
Elke keer als ik in de boekwinkel was, en het hondje ook, gebeurde hetzelfde. Die tanden, dat kijken, de troost. Het heeft me genezen en ook doen wensen, dat ik voor een ander een Frans mopshondje kan zijn.
Template by w3layouts.com


