De wedstrijdboksers

door Vilan van de Loo (tekst, zie ook hoekvrouw.nl) en Piek (beeld, zie ook www.piek.tv/)

Erdinc Cetin         Mark van den Boogaard        Johan Visscher        Chris van Zijll        Lisanne Vaalburg        Reinout Frenken        Remco Hofstede        Syreetha Yue Ting Chiung        Hamed Fahimi        Steve de Veth        ..................        ..................        ..................        ..................       

Vilan van de Loo Piek


Hoeveel wedstrijdboksers we hebben, weet niemand. Het verandert per dag. De ene bokser deinst op het laatste moment terug voor de ring, de andere heeft voortdurend wedstrijdhonger. Dan zijn er de wedstijdboksers die zich vastberaden door alle klassen omhoogvechten, degenen die er een hobby in zien, de boksers die... het is onzegbaar wat iemand in de ring brengt.

Wie de wedstrijdboksers van Nederland zijn, en iets van hetgeen in hun omgaat, wil deze serie in woord en beeld tonen.

Boksen heeft een eigen glamour, die harder en mooier is dan welke
Hollywood-film kan laten zien. Het is puur. Echt. De schoonheid is intens. Dat is iets wat om alle boksers van alle tijden hangt.
Old skool van nu.

Steve de Veth

profbokser
Geboren: 10-03-1982
Gewicht: 69,9 kg
Lengte: 174 cm
Boksschool: Mesa Sport; Vos Gym
aantal profwedstrijden: 5, waarvan 4 gewonnen en 1 verloren
aantal amateurwedstrijden: circa 69, waarvan circa 61 gewonnen, 5 verloren, 3 onbeslist momentopname: augustus 2010

Zie je hem lopen op straat, dan oogt hij vriendelijk. Hij is beleefd, bij het verlegen af. Tot hij geprovoceerd wordt. Steve zegt: “Ik heb een kort lontje.” Daarom zet hij als het even kan een stap opzij, of naar achteren. Hij weet wat hij kan, maar dat bewaart hij liever voor de ring dan voor de straat. Dat zijn twee verschillende dingen. Een weloverwogen besluit. En zijn karakter. Niet zozeer dat korte lontje, maar iets anders, dat met zijn Aziatische afkomst te maken heeft.

“Mijn vader is Kaapverdisch, mijn moeder is Indonesische. In Indonesië is de cultuur zo, dat je beleefd bent. Dat geef je, dat krijg je terug. Nederland is anders. Loopt iemand op straat bewust tegen mij aan, dan zal ik de confrontatie ontwijlen. Dan kan ik zelfs nog ‘sorry’ zeggen, terwijl ik weet dat het niet mijn schuld is. Misschien is dat te beleefd. Maar ik verwacht dan dat die ander ook ‘sorry’ zegt. Als dat niet gebeurt, dan ben ik best... dan doe ik daar wat aan. Maar ik ben nooit de eerste. Nee.”

Zo weloverwogen als dat klinkt, is hij ook. Beheerst. Omdat er veel te beheersen valt. Steve leidt verschillende levens tegelijk. Echtgenoot en vader, een fulltime baan als slotenmaker, en dan is hij daarbij altijd in training zodat hij in vorm blijft. “Je moet geld verdienen,” zegt hij nuchter. “Met dit werk kan ik twee keer per dag trainen. Het slapen is wel anders dan bij anderen. Ik slaap niet acht uur aan een stuk, maar die uren zijn verdeeld over een aantal keren. Fysiek gaat het meestal drie weken goed, en de vierde week ben ik vermoeid. Dan slaap ik wat meer.”

Een doorsnee man heeft het gemakkelijker. Maar Steve is geen doorsnee man. Hij heeft een doel, een grote bokstitel te winnen. Al is hij realist genoeg om te beseffen dat daar veel factoren bij komen. Op goede boksgala’s staan, zodat het publiek hem beter leert kennen.Managers en promotors die iets in het zien. Een kans krijgen. Hij heeft al heel wat tegenstanders gehad en overwonnen, en die waren niet van het minste soort, dus voor zichzelf weet hij: het zit erin.

In de ring werkt het beleefde dat hij heeft in zijn voordeel:

“Bij mij draait alles om respect. Als je iemand goed behandeld, dan komt dat bij je terug. Zo hoort dat. Maar dat gebeurt meestal niet in het dagelijks leven. In de ring kan ik mijn frustraties daarover en mijn talent laten zien. Dan hoef ik niet beleefd of verlegen te zijn. Dan dwing ik af wat ik wil dat er gebeurt. Het is bevrijdend. En al ben ik in mijn normale doen te verlegen om in mijn eentje een dansvloer op te gaan, het publiek bij een bokswedstrijd maakt me juist sterker. Door de waardering die ik voel.” Voor het geld hoeft hij niet het leven van een profbokser te leiden. Maar misschien komt de beloning ooit, in de vorm van gages die bij grote wedstrijden horen. De weg naar het kickboksen is voor hem afgesneden, nadat hij een langdurige knieblessure opliep. Het zou zomaar twee jaar kunnen duren als hij dat via een operatie laat herstellen: revalideren duurt lang. Plus, de artsen garanderen niets. En eigenlijk houdt Steve toch meer van het boksen. Tegenwoordig traint hij ook in Rotterdam Crooswijk, bij Vos Gym, van oorsprong een Thaiboksschool die zich in het boksen wil verbreden.

Dus zo staan de zaken er ongeveer voor. Onregelmatig werken, verbrokkeld slapen, veel trainen. Een zoontje van zeven jaar aan wie Steve een toekomst wil geven, eens te meer omdat het contact met zijn eigen vader te wensen overliet. “Ik heb al vroeg voor mezelf moeten zorgen,” vat hij die relatie onderkoeld samen. En zo is het al met al gekomen dat Steve de Veth voor zichzelf een toekomst uitstippelde. Aan hem zal het niet liggen. Hij kan boksen, hij traint er hard voor, en alles wat hij feitelijk nodig heeft, is één goede kans op een titelgevecht. Dan zal hij er staan, en hoe.

 

Hamed Fahimi

Geboren: 13 mei 1980, Teheran
Gewicht: 89 kg
Boksschool: Mesa Sport
Wedstrijden: 0
momentopname: augustus 2010

Hamed traint voor zijn bokswedstrijd die eens zal komen. Wanneer, weet hij niet, tegen wie, evenmin. Hij weet alleen dat op een dag hij klaar moet zijn. In vorm. En dan zal hij willen winnen, zo is hij nu eenmaal, dat zit ook in de manier waarop hij traint.

“Dat is vechten tegen mezelf. Als mijn lichaam schreeuwt ‘ik kan niet meer’ dan moet mijn geest sterker zijn. Doorgaan. De voorbereidingen voor de wedstrijd zijn het belangrijkster. Als ik nu pijn lijd, dan gebeurt dan straks niet meer. En ik weet dat ik alles heb gegeven, honderd procent. Ik vind het mooi om dan nog net over die grens te gaan. Het stelt me gerust om zo te trainen. Iedereen traint hard.”

Uit zijn sportverleden weet hij wat trainen betekent en hoe wedstrijden kunnen zijn. Hamed heeft een jaar of tien aan taekwondo gedaan, tot hij geblesseerd raakte. Door een zweepslag in zijn voet kon hij niet meer schoppen, en daarbij was hij zijn lenigheid verloren. “Toen ben ik gaan boksen, want ja, dan hoef je niet lenig te zijn.” Dat was ongeveer vijf jaar geleden. Minus de lange pauzes is hij nu drieënhalf jaar bij Mesa Sport. Trainen, en sinds kort dus het voornemen om ook wedstrijden te boksen. Met dat voornemen daagde zijn eerste tegenstander op en dat was hij zelf. Er begon een gevecht tussen lichaam en geest. Het lichaam dat over grenzen moest, de geest die dwong en eiste. Meer, verder, nog een keer, pas als de pijn begint, komt de groei, anderen trainen ook, dus nog een keer, harder, beter, sneller. Rust werd een noodzakelijke luxe. Hamed wil niet verliezen, vooral niet van zichzelf. Dat is zijn angst. Dat het toch gebeurt.

“Er zijn verschillende soorten angst in het boksen. Om niet meer op te staan in de ring. Om te verliezen. Niemand wil verliezen. De angst voor je gezicht. Wat anderen van je denken. Dat ken ik allemaal niet. Ik ga de ring in voor mezelf. Mijn grootste angst is om op te geven. Gewoon, dat ik niet meer de ring in zou durven gaan, omdat ik denk dat ik het niet kan of dat het er niet voor mij inzit. Dan heb ik gefaald.”

Hamed vertelt het alsof hij uit een boek voorleest. Opgewekt, ook. Heeft het over “een stukje rust” wat hij hieraan ontleent. Er zijn boksers die een eerste wedstrijd luchtiger opvatten, dat kan wel wezen, weet hij, maar hij zit nu eenmaal anders in elkaar. Zoals hij bokst, zo leeft hij, dus zolang hij leeft, wil hij ook blijven boksen. De eerste wedstrijd. Daarna de tweede. En altijd is er de training.

 

Syreetha Yue Ting Chiung

"Miss Balance"

Geboren: 18 augustus 1980, Den Haag
Lengte: 171 cm
Gewicht: 64 kg
Boksschool: Haagse Directe
Wedstrijden: 8, waarvan 5 gewonnen, 3 verloren

Ze is weltergewicht en dat blijft ze ook: “Dit is precies goed voor mij”. Syreetha Yue klinkt tevreden en is tevreden. Het gaat haar om balans in het leven, dat wil zeggen, dat ze wel ambities en doelstellingen heeft, maar die niet ten koste van alles wil verwezenlijken. Zij is niet de bokser die haar hele sociale leven opoffert aan de bokssport, ze is evenmin de bokser die werk en studie ondergeschikt maakt aan het winnen van wedstrijden. Er is meer in het leven, vindt Syreetha, en ze wil zich in het boksen door niemand laten opjagen, dankjewel.

Ze bokst in de C-klasse, wat haar goed afgaat. Op gewicht blijven is lastig, en wedstrijden zijn er eigenlijk altijd te weinig. Bij de Haagse Directe traint ze vooral met Martin Lek, wat een verrassende combinatie is. Hij, die vroeger een harde bokser was die voor zijn optredens in de ring de veelzeggende bijnaam ‘de tank’ kreeg. En zij, lichter en sierlijker, met technische precisie haar stoten plaatsend. Hij die kon rammen en doorgaan. Zij die afweegt wat een wedstrijd haar kost en aan plezier oplevert. Het gaat heel goed tussen hen.

Ambitie heeft ze dus wel en niet. Indirect is het altijd aanwezig:

“Ik leef van wedstrijd naar wedstrijd. Daarom kan ik niet zeggen dat ik over twee jaar beslist dit of dat bereikt wil hebben. Maar dát ik verder wil komen in het boksen, weet ik wel. Alleen is het niet zo duidelijk omschreven.”

Misschien is het zo. Er zijn boksers die met een schema leven, per dag, per kwartier, waardoor alles op het spel staat. Die leven dan met een strakke lijn vanuit het heden naar hun doel. Gaat er onderweg iets mis, dan knapt die lijn en wat gebeurt er dan met die bokser? Er zijn ook boksers, die lichtvoetig met hun ambitie sparren. Laat maar komen, even ontwijken. Dat losse. Soms gaat dat langer mee dan een strakgespannen lijn. Soms komt die bokser dan verder, heel gemakkelijk kan zoiets gaan, bijna spelend.

Syreetha: “De eerste wedstrijd blijft iedereen bij. Het is je eerste keer, je verwachtingen, je spanningen, alles zit in die ene wedstrijd. Voor mij was dat in februari 2007. Haar naam ben ik vergeten, maar haar gezicht zie ik nog voor me. De eerste ronde had ze gewonnen, toen was ik helemaal stijf en star. In de tweede ronde had ik licht de overhand had en in de derde ronde zeker. Toch verloor ik met 2-1. Niet terecht, vind ik nog steeds.”

Eigenlijk zijn dat de wedstrijden die een bokser vormen: de verliespartijen. Meer dan ooit wil je jezelf verbeteren, sterker maken, beter, sneller. Elk verlies kan de winst van de volgende wedstrijd betekenen. Boksen houdt nooit op, niet voor degenen vol gespannen ambitie en misschien ook niet voor degenen die het zuivere plezier in de sport zoeken.

 

Remco Hofstede

"Going Olympic"

Geboren: 10 juli 1989, Alphen aan den Rijn
13 september 1993, Alphen aan den Rijn
Lengte: 1.77 cm
Gewicht: 73,5
Boksschool: Teus de Kruyf, Alphen aan den Rijn
Wedstrijden: 20 wedstrijden, 8 gewonnen, 12 verloren

Remco Hofstede was als kind nogal een stevige jongen. Dat is lastig. Ook met boksen: "Ik stootte zwaar en ik was niet snel. Mijn eerste wedstrijd bokste ik toen ik twaalf jaar was, en die verloor ik." Wie, wat, waar, dat is uit zijn herinnering verdwenen. Hij weet alleen dat ene: verloren. En dat andere, dat gewicht. De tijd bracht de oplossingen. Hij groeide en werd uiteindelijk zoals hij nu is: slank, snel en lang. "Het wordt gemakkelijk 1 meter 80", voorspelt de 17-jarige opgewekt.

Na het verlies ging hij harder trainen. Hij bleef naar de training komen, al duurde het een paar jaar voordat hij weer de ring in mocht. De tweede wedstrijd won hij. Toen zat het boksen al lang in zijn bloed. Remco richt er zijn hele leven op in, zijn heden en zijn toekomst. Hij droomt en hij traint om die dromen waar te maken. Boksen is alles.

Dit is de ambitie: "Volgend jaar hoop ik A-klasser te worden. En ook zuidelijk kampioen en Nederlands kampioen, en ik hoop met de Nederlandse selectie naar het buitenland te kunnen gaan."

Zijn ambitie reikt verder. De Olympische Spelen lokken. "Het maakt niet uit of ik eerste of laatste word, als ik er maar heen kan, in 2012 of 2016. Daarna? Prof worden. Als ik ongeveer 28 jaar ben, stop ik met wedstrijden en dan blijf ik lekker doortrainen."

Wie zulke plannen heeft, moet er elke dag iets voor doen, weet hij.

Dus dat betekent trainen. Bijna elke dag. Anders is hij aan het hardlopen. Straks overdag staalvlechten als baan en dan 's avonds naar de boksschool. Werken aan zwakke punten: "Mijn handen zitten soms te laag. Ik draai mijn elleboog naar buiten." De sterke punten sterker maken: "Directe stoten, mijn linkerhand is goed.' Zijn snelheid wil hij verder ontwikkelen, evenals zijn beweeglijkheid in de ring. Hij heeft talent genoeg, maar hij zegt nuchter: "Er is altijd wel iemand die beter is, dus daarvoor moet ik uitkijken."

Een eigen boksschool, ooit, met zijn naam in neonletters erop? Daar moet hij van lachen: "Nee, dankjewel, dat zou ik nooit willen."

Zijn toekomst kan hij uittekenen en aan zijn inzet zal het niet liggen. Heeft hij altijd gehad. Want kijk, toen hij 7 jaar was, zag hij in het winkelcentrum een demonstratiepartij boksen. Hij wilde meteen bij de club, ook boksen, dik of niet. Twee, drie jaar lang verboden zijn ouders het. Toen mocht het eindelijk. Dus zo lang zit het boksen al in Remco Hofstede.

 

Reinout Frenken

"100% happy"

Geboren: 10 juli 1989, Alphen aan den Rijn
Lengte: 177 cm
Gewicht:  75
Boksschool: Teus de Kruyf, Alphen aan den Rijn
Wedstrijden:20 wedstrijden, 4 gewonnen, 1 onbeslist, 15 verloren

momentopname: juni 2010

Reinout Frenken heeft meer wedstrijden verloren dan hem lief is. De meerderheid. Nog geen handvol gewonnen. Maar hij moet en zal weer die ring in, wat het hem ook brengt. Dat heeft twee redenen. De eerste ligt in de sport. "Ik vind het geweldig te boksen." Boksen is trainen en wedstrijden, het een hoort bij het ander. "Ik train elke dag omdat ik het gewoon heerlijk vind. Net zoals ik het heerlijk vind om de ring in te gaan voor een wedstrijd en me daar helemaal in te geven." Boksen is zijn sport. Tennis beviel niet. Dit wel, hij traint al bijna zes jaar. Dat verliezen zit hem wel en niet dwars. Hij kan er mooi over vertellen, en dat hoort een beetje bij hem. Reinout studeert communicatiemanagement in Utrecht en werkt erbij in een tapas restaurant. Sociaal. Behalve in de ring.

Er is nog een reden dat hij steeds weer de ring in wil. Dat heeft te maken met principes. Hij moet alles geven, vindt hij, in de ring en daarbuiten. Wat en wie hij is, hoe hij leeft, wat hij denkt en voelt, dat allemaal komt in de ring in hem samen. Een momentje even wat minder inzet, dat verbiedt hij zichzelf. Alles is alles. Zo leeft hij, zo moet hij leven. Dus zo staat hij in de ring.

"Of het nu op mijn werk of op school is, ik wil goede cijfers halen, de beste zijn in wat ik doe of er steeds beter in worden. Hier ook. Toen ik hier kwam, merkte ik meteen dat ik sommige jongens kon hebben die al langer dan ik trainden. Dan gaat het hard voor mij. Na een jaar zat ik bij de wedstrijdgroep. Daar ging het er harder aan toe, en af en toe ging ik mee naar wedstrijden. Ik vond het geweldig. Nog steeds. Natuurlijk is er spanning. Er staat iemand die mij eruit wil werken en wel zo snel mogelijk. Maar ik weet wat ik kan en hoe ik ben. Ik geef alles."

Boksen is voor Reinout niet zomaar een spelletje of een hobbysport. Als hij wint, voelt hij zich drie, vier weken lang goed. "Het moment waarop ik kampioen van Zuid-Holland werd, zal ik altijd onthouden, hoe mijn hand in de lucht ging ." Een wedstrijd verliezen blijft hem langer bij: "Eigenlijk voel ik het altijd een beetje. Ik heb me toch laten kennen. Je verliest van je tegenstander en ook van jezelf. Want ik heb genoeg partijen gehad waarna ik nog energie over had. Dat is niet goed."

Dus daar traint hij op. Tempo maken, conditie inzetten, zijn grenzen opzoeken, elke keer weer. Alles kan altijd beter. Is het niet langer trainen, dan is het wel intensiever trainen. Grote lijnen, details. Hij is nooit uitgeleerd, verzekert hij, want steeds wacht de ring weer op hem, en of hij nu wint of verliest, doet er eigenlijk minder toe dan dat ene:

"Als ik in de ring sta, voel ik me thuis. Dan ben ik gelukkig. Het boksen zit in mijn hart."

 

Lisanne Vaalburg

"Miss Ever Learning"

Geboren: 2 juni 1989, Alphen aan den Rijn
Lengte: 175 cm
Gewicht:  75
Boksschool: Teus de Kruyf, Alphen aan den Rijn
Wedstrijden: 14 wedstrijden, 7 gewonnen, 7 verloren

momentopname: juni 2010

"Toen ik wedstrijden wilde boksen, ben ik gestopt met mijn andere sport," zegt Lisanne Vaalburg. Wie haar in de ring gezien heeft, aanhoudend, aanvallen, sterk, kan zich haar in die andere sport niet voorstellen. Korfbal, dus. Negen jaar lang. Tot het boksen kwam. Ze traint nu vier jaar. "Ik begon als recreant, een keertje per week."

Haar leven is druk en vol, met een studie psychologie in Rotterdam, met een bijbaan in een café en dus met het boksen. Vier keer per week traint ze in Alphen aan den Rijn, eens per maand gaat ze naar de Boxing Academy van Arnold Vanderlyde. "Soms werk ik teveel en dan ben ik te moe om te trainen. Daar baal ik zo van, dat ik een keuze wil gaan maken. Alleen, minder werken moet financieel mogelijk zijn."

Stel dat het lukt, meer tijd voor de trainingen, ontwaakt dan een felle ambitie? Lisanne aarzelt. "Ik heb geen duidelijk einddoel. Ik wil zo ver mogelijk komen. En ik hoop dat het mogelijk is, dat ik er genoeg potentie voor in huis heb. Je weet natuurlijk nooit hoe het loopt. Maar als ik geen talent had, zou ik niet bij Arnold mogen trainen." Ze legt zich nergens op vast. De ambitie die ze bezit, richt ze niet op doelen of bewonderde boksers als voorbeelden. Dat zijn allemaal dingen buiten haarzelf, zij is gericht op binnen, op zichzelf. Wedstrijden winnen, dus.

"Nog twee partijen winnen en dan ben ik B-klasser."

"Daarna wil ik naar de A-klasse."

"Ik zou heel graag op hoog niveau willen boksen."

Na elke uitspraak volgt de relativering: Als het erin zit. Er kan van alles gebeuren. Je weet het nooit.

Hoe dan ook, Lisanne Vaalburg traint en blijft trainen. Met de heren: "Ik probeer me te meten met de jongens. Dat is vaak frustrerend, want jongens zijn gewoon sterker. Hun niveau ligt hoger dus ik wil me daaraan optrekken. Bij de training van Arnold zijn alleen dames. Dan kan ik beter meten waar ik sta. Bij de jongens gaat het vaak hard en dan vallen er veel klappen. Dat is op zich wel goed, maar ik wil meer leren in het boksen."

Leren, ontwikkelen, vasthouden en doorgaan. Daar gaat het om bij Lisanne Vaalburg. De beste ooit worden? Zo denkt ze niet. Ambitie? Dat zeker.

 

Chris van Zijll

"Mr Control"

Geboren: 2 juni 1989, Alphen aan den Rijn
Lengte: 190 cm
Gewicht:  81
Boksschool: Teus de Kruyf, Alphen aan den Rijn
Wedstrijden: 1, verloren

momentopname: juni 2010

Er ontspannen mee om gaan, eens zien hoe een wedstrijd gaat? Dat kent Chris van Zijll niet. Hij vindt: "Je moet het waard zijn om de ring in te gaan." Twee jaar geleden dacht hij er nog gemakkelijk over. Toen verloor hij.

"Anderhalve week van te voren kreeg ik te horen dat ik een wedstrijd had. Ik was nog 3,5 kilo te zwaar. Dus dat heeft me genekt. Hier heb ik uren staan touwtjespringen met vuilniszakken en t-shirts aan. Oefeningen doen. In de ring was ik helemaal niks. Ik stond gewoon te wachten tot ik klappen kreeg. Er kwam geen stoot uit. Zonde."

Het was een harde les, die ruim twee jaar nadreunde. Chris bleef trainen en sparren. Worstelde met het gewicht maken. "Een ramp" noemt hij dat: "Ik heb daar zo'n bloedhekel aan. Vandaag heb ik niet gegeten en dan ga ik op de weegschaal staan en dan is er geen gram af. Ze zeggen, als de wedstrijd komt, val je van de stress een paar kilo af. Dat is niet de bedoeling. Ik wil nu zekerheid." Chris houdt van controle. Dat heb je als de dingen precies gaan zoals je wilt. Het is perfectie. Straks komt zijn tweede wedstrijd.

"Het moet gewoon goed gaan. Je mag er niet gemakkelijk over denken. Je moet heel veel trainen. De ring moet je verdienen. Dus niet drie keer komen en dan zeggen 'het ging lekker, ik ga een wedstrijd doen'. Of de dag van te voren een wedstrijd afbellen." Chris van Zijll stelt hoge eisen. Respect voor de sport is belangrijk. Voor de andere boksers. Voor de trainers: "Je moet laten zien dat je wat van ze geleerd hebt."

En ook belangrijk is: respect voor zichzelf. Daar gaat het om bij zijn tweede wedstrijd. Twee jaar heeft hij eraan gedacht. "Nu ben ik er klaar voor. De vorige keer duidelijk niet. Straks kan ik zeggen hoe het was, of ik trots op mezelf ben of niet, ongeacht of ik gewonnen heb of niet. Alles geven, daar gaat het om."

 

Johan Visscher

"Tough cookie"

Geboren: 23 september 1980, Den Haag
Lengte: 184 cm
Gewicht:  87
Boksschool: Haagse Directe
Wedstrijden:39-40, waarvan 25 gewonnen, 13 verloren, 2 onbeslist

momentopname: april 2010

Wie verliest, wordt mentaal sterker. Als het goed is. Wil dat zeggen dat de winnaar verzwakt? "Soms wel," vindt zwaargewicht Johan Visscher. "Toen ik voor Haagse Directe uitkwam, won ik dertien, veertien partijen op een rij. Ik dacht dat ik altijd zou winnen." In dat gevoel van onoverwinnelijkheid kwam het eerste verlies hard aan. Het tweede ook. "Ik ben teruggekomen, maar van heel ver. Leren verliezen was nodig. Het maakt me sterker, weet ik nu. Ook als het niet terecht is."

Johan Visscher begon zijn boksloopbaan in Wassenaar. Daarna stapte hij over naar de boksschool in zijn woonplaats. Momenteel werkt hij als hovenier naast een studie electrotechniek (HBO). Hij is voor zijn laatste jaar op zoek naar een stageplaats electro. Verder is het vooral wedstrijden, sparren, trainen. Het boksersleven stelt eenvoudige eisen, die snel worden overklast door de verleidingen van het uitgaan. De aandacht van vrouwen. Uit eten gaan. "Ik ben maar één keer jong," verontschuldigt Visscher zich. Klopt. Dus wat doet hij met die tijd, daar gaat het om. Keuzes maken.

Sinds een klein jaar is Johan zwaargewicht. Hij is gegroeid in spiermassa en in deze gewichtsklasse kan hij gemakkelijker gewicht maken. Misschien dat daardoor de laatste maanden de discipline weer terug is. Hardlopen, zoveel mogelijk met jongens van andere boksscholen te trainen. Nadenken over titels. Zoveel jaren om te boksen heeft hij niet meer. Ook door dat besef is Johan veranderd. Hij weet: het is nu of het is niet. Op steeds meer dagen kiest hij voor: "nu". Dat is hard werken.

"Ik ga meer de stoten tegemoet. De pijngrens heb ik hoger gelegd. Dus ik incasseer meer. En ik wil zeker zijn, zuiver zijn. Ontspannen. De juiste houding hebben op het juiste moment. Timing is belangrijk. Een beetje geluk hebben."

Johan Visscher bokst omdat hij leeft. "Zorgen dat je een handtekening achterlaat, zeg maar, waar je geweest bent. Dan, klaar."

 
Mark van den Boogaard

Mark van den Boogaard

“Rollercoaster”

Geboren: 8 juli 1987, Den Haag
Lengte: 1.90 cm
Gewicht:  74
Boksschool: Haagse Directe
Wedstrijden: 2, waarvan 1 gewonnen, 1 verloren

momentopname: april 2010

In zijn tweede wedstrijd werd Mark van den Boogaard zijn eigen vijand. Alle emoties keerden zich tegen hem. De spanning. De onrust. Die pure angst voor zijn tegenstander. “Ik had hem op filmpjes gezien. Aldoor aanvallen.” In de ring deden zijn benen het nauwelijks. Maar in de wedstrijd ervoor was hij door die emoties juist sterker geworden. Zijn debuut op een boksgala, voor eigen publiek, de euforie maakte hem groot. Hij won glorieus. Van den Boogaard heeft geleerd: ik moet leren de rollercoaster in mij te beheersen. Dan doen zijn benen gewoon. Kan hij die snelle linkse blijven gebruiken.

Een bokser moet beheerst zijn. Geconcentreerd. Tijdens een wedstrijd bestaat hij alleen in de ring. De wereld daarbuiten is weg. Verdwenen. Dat totale hier-en-nu, die onthechting, het is bijna boeddhistisch. Daar moet het heen, weet Mark. Het is een klassiek boksersdilemma. Je leeft in het moment. Maar je weet dat gaat om het eindresultaat. Winnen.

De eerste kennismaking met de bokssport beviel Mark slecht. Met vrienden ging hij mee naar een boksschool. Ze zagen iets in hem. Hup, sparren. “Ik werd meteen de ring ingegooid tegen de goede jongens. Dus toen dacht ik: nee.” Via zijn sportopleiding kwam hij later bij Haagse Directe terecht. Daar ging het anders. Tegenwoordig traint hij zowat elke dag.

Mark heeft een prima conditie. Drie rondes voluit gaan is geen probleem. Die linkse werkt in principe naar wens. Nu nog mentaal stabiel worden: “Ik vind mezelf te zwak, te wisselvallig. Dat is gewoon een nadeel.” Hij droomt ervan op een dag die tegenstander van de tweede wedstrijd weer ontmoeten. “Om te laten zien dat ik het wèl kan.”

 
Erdinc Cetin

Erdinc Cetin

“Rocky”

Geboren: 31 mei 1992, Schiedam
Lengte: 1.85
Gewicht: 69 kg
Boksschool: Haagse Directe
Wedstrijden: 11, waarvan 8 gewonnen, 2 verloren, 1 onbeslist

momentopname: april 2010

Erdinc Cetin is een fascinerende mengeling van ambitie en zachtmoedigheid. Hij bezit de ambitie om de top te bereiken, om eens de beste zwaargewicht van Nederland te zijn. Soms praat hij over Duitsland, over Amerika. Hij bestudeert op YouTube de techniek van de groten. Daarop traint hij. Maar hij maakt altijd een voorbehoud. De 17-jarige weltergewicht schuift pas op naar de volgende klasse “als ik groei”. Of hij zijn plannen realiseert, hangt in laatste instantie af van Allah: “hij heeft de mensen in zijn hand”.

Staat Cetin in de ring, dan is hij zuiver ambitie. Snel, met een groot bereik onder zijn lange armen. Vastbijten. Niet van ophouden willen weten. Met een scherp boksersinstinct: “Ik blijf kijken, ik zie wat eraan komt”.

Via de boksschool van Harry Houwaart kwam Cetin naar boksvereniging Haagse Directe. Hier begon hij met wedstrijden. De eerste won hij met 3-0. “Daarna voelde ik me opgelucht. Voor de wedstrijd was ik niet gespannen of niet bang. Ik dacht, ik ben er toch. Dus je gaat de ring in”.

Die ene wedstrijd die Erdinc Cetin op conditie verloor, staat in zijn geheugen gegrift. Het was een harde les. Zoiets mag een bokser niet gebeuren, weet hij. En toch. Conditie opbouwen eist tijd die hij niet altijd heeft. Opleiding, werk, trainen, zijn dag is snel vol. Dat is momenteel de bottleneck. De tijd.

“Ik train hard, maar mijn tegenstander ook. Toch is altijd één die harder traint. Die pakt het”.